Kabinet geeft institutioneel racisme bij belastingdienst toe, maar zegt niet schuld aan beleid

Image source - Pexels.com


Bij de Belastingdienst bestond wel institutioneel racisme, maar het kantoor handelde niet te kwader trouw, aldus staatssecretaris Marnix van Rij. “Er zat absoluut geen beleid achter.” Hij stuurde maandag een brief aan de Tweede Kamer waarin het kabinet officieel erkende dat er een cultuur van institutioneel racisme heerste Belastingdienst.

Dat is toch echt iets anders dan rassenhaat, benadrukte Van Rij maandag nog eens. “Institutioneel racisme is geen juridische term, maar een sociologische.” Er was echter expliciet institutioneel racisme, zei hij toen hem naar het onderwerp werd gevraagd.

Bij het bepalen of iemands belastingaangifte is gemarkeerd voor een aanvullende handmatige controle, is rekening gehouden met persoonskenmerken, waaronder nationaliteit, volgens gegevens uit discriminerend geachte handleidingen die door de Belastingdienst zijn gebruikt. Dat valt onder institutioneel racisme, schrijft de minister. Hij verwijst naar een recente definitie van dat begrip door het College voor de Rechten van de Mens.

Die handleidingen zijn onaanvaardbaar, aldus Van Rij, evenals de “bewoordingen” die inspecteurs gebruiken, zoals die naar voren kwamen in een onderzoeksrapport naar de fraudezwarte lijsten die het kabinet jarenlang hanteerde, tot maart 2020.

Maar het gaat hier om handelingen van “een aantal medewerkers” en niet om iets dat een brede rol speelde bij de Belastingdienst, beaamt de minister. In de handleidingen stond wel “nee” [internal] kwaliteitscontroles, geen depositogaranties.” De praktijken bleven ook jarenlang onopgemerkt. “Met de inzichten van nu, 2022, denk je: ‘Hoe heeft dat kunnen gebeuren?'”, aldus Van Rij.

Het erkennen van institutioneel racisme zonder zich aan die erkenning te houden, zou volgens de staatssecretaris een “loze daad” zijn. Er is al veel in gang gezet om de zaken bij de belastingdienst te verbeteren, vervolgde hij. Volgens Van Rij maakt de erkenning deel uit van een algeheel “opruimtraject” bij de Belastingdienst.

Toch moet de belastingdienst een criterium kunnen gebruiken om te bepalen wanneer individuen een grotere kans hebben om een ​​audit te eisen. Hierbij wordt een selectie gemaakt van bepaalde risico’s om misbruik te monitoren en te voorkomen. “Discriminatie is en blijft verboden, maar niet elk onderscheid is discriminerend”, aldus Van Rij. Dit onderscheid hangt af van de ‘rechtvaardiging’.

Bij risicoselectie wordt het frauderisico ingeschat op basis van een aantal criteria, zoals inkomen, maar dit gebeurde ook bij de belastingdienst op basis van nationaliteit, waarvoor geen rechtvaardiging bestond, en ook op basis van “uiterlijke verschijning.”

De erkenning van institutioneel racisme betekent niet dat onderscheid maken per definitie verkeerd is, stelt Van Rij. Risicoselectie is dringend nodig, omdat de overheid simpelweg te weinig mensen heeft om audits uit te voeren zonder enige vorm van screening, of voorselectie.

De minister wil een “discussie” voeren over de balans tussen een efficiënte aanpak van fraude en het voorkomen van discriminatie. Dat schrijft hij in zijn brief aan de Tweede Kamer, die hij schreef met staatssecretaris Aukje de Vries, die de portefeuille toeslagenbeleid beheert. “Overheidsorganisaties die gebruik maken van risicoprofielen moeten zich ervan bewust zijn dat dit onderscheid het risico van discriminatie met zich meebrengt.”

Gerelateerde artikelen

Wellicht ben je ook geïnteresseerd in?

Het laatste nieuws in je mailbox ontvangen?