“Prikspijt”, wijzend op spijt over vaccinatie, verkozen tot Nederlands woord van het jaar 2021

Image source - Pexels.com


Het woord prikspijt is door woordenboekuitgever Van Dale gekozen als het nieuwe Nederlandse woord van het jaar 2021, waarbij meer dan 8 van de 10 leden van het publiek het woord als hun keuze hebben gekozen uit een groep van 15 opties. Het bedrijf beschreef het woord als spijt of kortdurende pijn die iemand ervaart nadat hij is ingeënt tegen een besmettelijke ziekte.

Ton den Boon, hoofdredacteur Nederlands van het complete Van Dale-woordenboek, maakte dinsdag het winnende woord bekend. “Prikspijt is een breed begrip en het is een goede afspiegeling van wat er leeft in de samenleving. Aan de ene kant heb je het activisme op sociale media van mensen die tegen de coronavaccinaties zijn. Maar ‘spijt’ kan ook opgevat worden als een term die je gebruikt als je korte tijd pijn hebt na vaccinatie, of omdat de vaccinaties op dit moment niet de ultieme uitweg uit de crisis lijken te zijn, zoals gehoopt’, legt Den Boon uit.

Radio 1 Journaal deed dinsdagochtend ook interviews met mensen op straat, waaruit bleek dat het gedragen in Nederland nog niet echt ingeburgerd is. Veel mensen zeiden dat de persoon eigenlijk spijt heeft als hij met Covid-19 in het ziekenhuis belandt omdat hij niet is ingeënt. Minister van Volksgezondheid Hugo de Jonge voelde hetzelfde en zei op Twitter: “Als je op de IC ligt omdat je geen schot hebt gekregen. Alleen dan heb je prikspijt.”

Toch kreeg de term de afgelopen twee weken 82,2 procent van de 49.000 uitgebrachte stemmen. Er is over gekozen woonprotest, een demonstratie over de woningnood (3,7 procent), en wappiegeluid (3,6 procent). Dit laatste verwijst naar misleidende meningen die niet gebaseerd zijn op feiten of academische inzichten, met een wappie vaak verwijzend naar iemand die gelooft in complottheorieën over ernstige kwesties, zoals de pandemie van het coronavirus. Het komt steeds vaker voor dat één woord duidelijk opvalt tussen de andere genomineerden, zei Den Boon, maar nooit eerder was het verschil tussen de eerste en tweede plaats zo groot.

Veel van de vijftien genomineerde woorden dit jaar hadden te maken met de gevolgen van de coronacrisis, zoals prikspijt, prikpolarisatie (de polarisatie tussen gevaccineerde en niet-gevaccineerde mensen), en vaccinatievoordringer, iemand die de rij oversloeg om gevaccineerd te worden voordat het daar aan de beurt was. Het Nederlandse woord voor boosterschot, boosterprik, was ook een optie, samen met Deltavariant, verwijzend naar een variant van het coronavirus, Doorbraakinfectie, een coronavirusinfectie gediagnosticeerd bij een gevaccineerde persoon, en QR-samenleving, gedefinieerd als een samenleving waarin mensen alleen toegang krijgen tot bepaalde locaties op vertoon van een toegangspas voor het coronavirus.

Een democratie beïnvloed en veranderd door een pandemie, of Pandemocratie, was ook een optie, net als wappiegeluid.

Genomineerde woorden die niets met de coronaviruspandemie te maken hadden, zijn onder meer: finfluencer, een influencer die zich bezighoudt met financiële zaken, en gevoeligheidslezer. Dit vertaalt zich letterlijk naar “gevoeligheidslezer” in het Engels en is een proeflezer of redacteur die tekst controleert op mogelijk aanstootgevende inhoud.

De andere opties waren: grotsyndroom, wat zich direct vertaalt naar ‘grottensyndroom’, intimiteitsvacuüm (“intimiteitsvacuüm”), memeaandeel (“meme share”), en woonprotest. Mensen konden ook woorden indienen waarvan ze dachten dat ze kans moesten maken op de titel.

Het Van Dale-woord van het jaar 2020 was anderhalvemetersamenleving, het Nederlandse woord voor een samenleving waar mensen 1,5 meter afstand van elkaar houden.

Het jaar ervoor ging de titel naar het woord boomer. Net als in het Engels verwijst het woord naar iemand van de Baby Boomer-generatie en kan het ook verwijzen naar iemand die ouderwets is of kortzichtig is.

Gerelateerde artikelen

Wellicht ben je ook geïnteresseerd in?

Het laatste nieuws in je mailbox ontvangen?