Wie in 2025 een persoonlijke lening afsluit, betaalt daarvoor aanzienlijk meer dan een jaar geleden. Begin 2024 werd al voorspeld dat geld lenen duurder zou worden dan ooit tevoren – en die prognose is uitgekomen. De rente op consumptieve kredieten is fors gestegen, enkele kredietverstrekkers zijn gestopt of hebben hun voorwaarden aangepast en consumenten vertonen ander leengedrag. Hieronder een overzicht van de ontwikkelingen in rentepercentages, leenvoorwaarden, wet- en regelgeving, aanbieders en het leengedrag van Nederlandse consumenten in de afgelopen 12 maanden.
Renteschok: leningen vele malen duurder
In 2023 en 2024 zijn de gemiddelde rentepercentages op persoonlijke leningen sterk omhooggeschoten. Kredietrentes stegen in 2023 hard en lagen eind dat jaar beduidend hoger dan in 2022. Hierdoor werd lenen flink duurder. In de eerste helft van 2025 was de gemiddelde rente voor kleine leningen verder opgelopen: bij een lening van €5.000 steeg de rente van circa 11,0% in januari naar 11,45% per 1 juli 2025. Ter vergelijking: voor hogere leenbedragen zoals €50.000 daalde de gemiddelde rente aanvankelijk juist (van 7,98% in januari naar 7,10% in maart) om vervolgens weer iets op te lopen naar 7,39% in juni. Met name kleinere leningen zijn dus relatief duur, terwijl grote leningen in verhouding iets lagere rente kennen.
Opvallend is dat de laagste aangeboden leenrentes in de markt in de eerste helft van 2025 gelijk bleven voor alle leenbedragen. Een mogelijke oorzaak is de versmalling van het aanbod: er zijn minder kredietverstrekkers actief, waardoor de concurrentie om de allerlaagste rente af te toppen is afgenomen. Wel kende de renteontwikkeling in 2025 enige schommelingen. In het eerste kwartaal daalden de gemiddelde kredietrentes geleidelijk, maar vanaf maart trokken ze weer aan. Oorzaken lagen onder meer in een plotseling stijgende kapitaalmarktrente door geopolitieke spanningen, zorgen over een handelsoorlog met de VS en de achterblijvende Europese economie. Vanaf half mei 2025 stabiliseerden de leenrentes weer, mede doordat de verwachting groeide dat de Europese Centrale Bank (ECB) haar rentetarieven verder zou verlagen. Die verwachting is gebaseerd op de ommekeer in het ECB-beleid: sinds medio 2024 heeft de ECB de beleidsrente alweer stapsgewijs verlaagd (van 4% toen naar ca. 2% halverwege 2025) na de scherpe verhogingen in 2022-2023. Vooralsnog beweegt de rente voor consumentenkrediet echter traag mee omlaag – leningen blijven op dit moment historisch duur.
Strengere regels: renteplafond hoger, nieuwe leennormen en toezicht
Niet alleen de marktrente, ook de regelgeving rond consumptief krediet is in beweging. Zo verhoogde het Ministerie van Financiën per 1 januari 2024 de wettelijke rente (die geldt voor niet-handelstransacties) van 6% naar 7%, wat de maximale kredietvergoeding voor consumentenleningen deed stijgen van 14% naar 15%. Anders gezegd: kredietverstrekkers mochten vanaf 2024 maximaal 15% rente per jaar in rekening brengen op persoonlijke leningen, in plaats van 14%. Dit hogere renteplafond is een reactie op de oplopende marktrentes en moest voorkomen dat aanbieders verlies zouden lijden op leningen. Later werd deze stap deels teruggedraaid: per 1 januari 2025 is de wettelijke rente weer verlaagd naar 6%, zodat ook het maximale leenrentepercentage is gedaald van 15% terug naar 14%.
Daarnaast zijn de normen voor verantwoorde kredietverlening aangescherpt en geactualiseerd. Per 17 november 2025 is een aangepaste leennormenmethodiek in werking getreden. Het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) berekent jaarlijks de minimale kosten voor levensonderhoud voor verschillende huishoudtypen, en deze bedragen vormen de basis voor de leennormen. Kredietverstrekkers moeten bij het verstrekken van een lening ervoor zorgen dat een huishouden na aftrek van rente en aflossing genoeg overhoudt voor noodzakelijke uitgaven. Omdat de uitgaven van huishoudens het afgelopen jaar met ~3,2% stegen, terwijl de netto inkomens gemiddeld 4,4% hoger werden, is er iets meer leenruimte ontstaan. Met name alleenstaanden en huurders profiteren hiervan: alleenstaande ouders die huren zagen hun maximale leencapaciteit het meest toenemen, gevolgd door alleenstaanden zonder kinderen. Stellen zonder kinderen kregen een lichte verruiming, terwijl gezinnen met kinderen vrijwel geen extra ruimte overhouden. Deze aanpassingen moeten ervoor zorgen dat lenen verantwoord en toekomstbestendig blijft, zonder dat huishoudens in de knel raken.
Op het gebied van duurzaamheidsleningen is eveneens het een en ander gewijzigd. De lijst van energiebesparende maatregelen die als rendabel worden erkend bij kredietverstrekking is geüpdatet. Zo wordt naast de hybride warmtepomp nu ook de volledig elektrische warmtepomp gezien als een zinvolle investering die terugverdientijd oplevert, en kan daardoor gunstiger meegenomen worden in de leennormberekening. Zonnepanelen zijn daarentegen van de lijst geschrapt, omdat door de afbouw van de salderingsregeling (vanaf 2027) de terugverdientijd van zonnepanelen langer wordt. Hiermee sluit de leennormenmethodiek beter aan bij de actuele ontwikkelingen op de woning- en energiemarkt, en worden verantwoorde investeringen in verduurzaming ondersteund.
De toezichthouders hebben ook hun pijlen gericht op nieuwe vormen van consumptief krediet. Zo worden populaire koop-op-afbetaling diensten (zoals de zogeheten Buy Now, Pay Later constructies) binnenkort aan banden gelegd. Naar verwachting zullen eind 2026 dit soort diensten onder dezelfde regelgeving vallen als traditionele kredieten, door invoering van de herziene Europese Richtlijn Consumentenkrediet. Dit betekent dat aanbieders van bijvoorbeeld achteraf betaalregelingen ook de leennormen moeten toepassen en dezelfde zorgplicht krijgen. Vooral jongere consumenten, die hier vaak gebruik van maken, worden daarmee beter beschermd tegen problematische schulden.



