‘Vaak van buitenlandse afkomst’ onderdeel van fraude ‘daderprofiel’ Belastingdienst

Image source - Pexels.com


Twee nieuwe rapporten van PwC laten eens te meer zien dat de Belastingdienst op veel fronten grove fouten heeft gemaakt bij de aanpak van vermoedens van fraude. Bij een controle aan ‘de poort’, de afdeling waar aangiften terechtkomen als ze mogelijk verkeerd zijn ingevuld, hebben analisten meer gelet op de persoonskenmerken van de belastingplichtige dan op fiscale risico’s. Analisten gebruikten een ‘daderprofiel’, met daarin het kenmerk ‘vaak van buitenlandse afkomst’.

“De conclusie van de laatste twee rapporten is ook serieus”, zegt staatssecretaris Marnix van Rij tegen de Tweede Kamer. Voor een van de meldingen deed PwC onderzoek naar registraties in de controversiële en illegale fraudedetectiefaciliteit (FSV) naar aanleiding van controles aan de poort. De andere richtte zich op de gevolgen van inschrijving op deze blokkeerlijst voor ondernemers in het midden- en kleinbedrijf (MKB).

Duizenden belastingaangiften worden handmatig gecontroleerd op fraude aan ‘de poort’. Een groot deel van de FSV-registraties kwam voort uit deze extra controle. Analisten die aan de poort werkten, kregen een ‘daderprofiel’ voorgelegd, waarvan de exacte status niet duidelijk is. Zij moesten volgens dat profiel vooral letten op jonge mannen zonder partner, ‘vaak van buitenlandse afkomst’, en wier feitelijk inkomen in de aangifte bleek af te wijken van dat. Van Rij noemde dit ‘verwerpelijk’.

Uit een handleiding en het daderprofiel blijkt “een deel van de selectie door de analisten aan de poort meer gericht was op de kenmerken van de belastingplichtige dan op de kenmerken van het fiscale risico”, schreef PwC daarover. Frauderisico’s zijn bijvoorbeeld gebaseerd op persoonlijke kenmerken zoals nationaliteit en leeftijd, en in sommige gevallen op ‘fiscale factoren die verband houden met persoonlijke kenmerken’, zoals donaties aan moskeeën.

Mede hierdoor bestaat het risico dat “rendementen met gelijke fiscale risico’s niet gelijk werden behandeld”. Van Rij moet concluderen dat de kenmerken die bij de poort een rol speelden ‘niet objectief gerechtvaardigd’ waren.

Uit het PwC-onderzoek naar MKB-belastingplichtigen bleek dat de Belastingdienst ‘een aantal algemene principes van goed bestuur’, de spelregels waaraan de overheid zich dient te houden, ‘onvoldoende heeft geïnterpreteerd’. De registraties op de blokkeerlijst zijn niet goed gedocumenteerd. Ook de fraudeaanpak verschilde sterk per MKB-kantoor bij de Belastingdienst, waardoor vergelijkbare zaken niet op dezelfde manier werden behandeld.

Gerelateerde artikelen

Wellicht ben je ook geïnteresseerd in?

Het laatste nieuws in je mailbox ontvangen?