Bijna 7 procent van de kinderen in Nederland leeft met risico op armoede


Vorig jaar leefden in Nederland 891.000 mensen in huishoudens met een inkomen onder de lage-inkomensgrens. Een kwart van hen, 209.000, waren kinderen. Dat betekent dat 6,6 procent van de kinderen in Nederland opgroeit met een risico op armoede, meldt het CBS.

Dat percentage is iets lager dan in 2020 toen 6,8 procent van de kinderen risico liep op armoede. Voor de bevolking als geheel is het risico in 2020 en 2021 gelijk gebleven op 5,4 procent. Ook het risico op langdurige armoede, wanneer mensen gedurende ten minste vier opeenvolgende jaren in een huishouden met een laag inkomen leven, daalde licht van 2,4 procent in 2020 naar 2,3 procent vorig jaar.

De lage-inkomensgrens is een vast koopkrachtbedrag dat het CBS jaarlijks aanpast aan de prijsontwikkeling. Vorig jaar was dat 1.130 euro per maand voor een alleenstaande, 1.590 euro voor een koppel zonder kinderen en 2.170 euro voor een koppel met twee minderjarige kinderen. Voor een alleenstaande ouder met twee minderjarige kinderen was dat 1.720 euro.

Lees ook:  In grotere delen van Nederland gaan weer veel treinarbeiders in staking

Vorig jaar hadden 142.000 mensen betaald werk en leefden nog in een huishouden onder de lage inkomensgrens. Dat is 1,1 procent van alle werkenden, tegen 1,2 procent in 2020. Freelancers – zzp’ers zonder personeel – verdienden met 6 procent hoogstwaarschijnlijk niet genoeg. Werkenden hadden het laagste armoederisico, maar aangezien zij de grootste groep werkenden vormen, was de omvang van de groep met armoederisico ook het grootst met 74.000, vergeleken met 7.000 zelfstandigen in loondienst en 60.000 freelancers.

Het risico op armoede is moeilijk te ontlopen. Volgens het statistiekbureau hebben mensen uit huishoudens met een laag inkomen meer kans om minder geld over te houden, vaker op hun spaargeld te storten en schulden aan te gaan dan mensen uit gezinnen met een hoger inkomen.

Plaats een reactie