Written by 9:31 am beleggen, Tweede woning Views: 37

Hoe slimme kopers nu al profiteren van de vakantiewoningmarkt

Kopers en beleggers opgelet: dit zijn de 7 cruciale inzichten voor wie in 2025 wil investeren in recreatief vastgoed.

Hoe slimme kopers nu al profiteren van de vakantiewoningmarkt

De markt voor recreatief vastgoed – van knusse tiny houses tot luxe villa’s – heeft zich de afgelopen jaren stormachtig ontwikkeld. In 2025 staan particuliere kopers en vastgoedbeleggers voor een dynamische situatie met uitdagende economische factoren, maar nog altijd veel vraag naar vakantiewoningen. Zowel in Nederland en België als in populaire buitenlandse regio’s blijven tweede huizen in trek. Hieronder bespreken we de prijsontwikkelingen, verhuurtrends, regelgeving, financiering en andere belangrijke aspecten van deze markt, zodat u goed geïnformeerd beslissingen kunt nemen.

Prijsontwikkelingen in Nederland, België en Europa

Nederland

In Nederland zijn de prijzen van vakantiewoningen de afgelopen jaren sterk gestegen. Na een ware corona-run op recreatiewoningen (met +28% prijsstijging tussen 2020 en 2024) is de gemiddelde transactieprijs in 2024 uitgekomen rond €246.000. Dat is circa 8% hoger dan een jaar eerder. Ook het aantal verkochte recreatiewoningen nam toe – in 2024 wisselden ruim 4.150 objecten van eigenaar, zo’n 12% meer dan in 2023. Vooral de Veluwe, Utrechtse Heuvelrug en kustgebieden als Zeeland zagen veel transacties en bovengemiddelde prijsstijgingen. Toplocaties aan zee en in bosrijke omgeving blijven schaars, waardoor hier prijzen flink konden oplopen.

Opvallend is de trend naar kleinere vakantiewoningen in Nederland. Kopers kiezen steeds vaker voor compact en betaalbaar: chalets en tiny houses onder de 50 m2 zijn populair. De gemiddelde recreatiewoning is nu zo’n 69 m2 groot, vergeleken met 75 m2 vijf jaar geleden. Deze verschuiving naar kleiner gaat samen met een iets lagere gemiddelde verkoopprijs dan de grote luxe villa’s – in de klasse tot 50 m2 ligt de prijs vaak rond €130.000. Tegelijk bewegen recreatiewoningprijzen mee met de reguliere huizenmarkt: in 2024 waren weer duidelijke stijgingen te zien na een stabilisatie in 2023. Begin 2025 lijkt de vraag iets af te koelen; de gemiddelde vraagprijs stond in januari 2025 net iets lager dan een jaar eerder. Dit duidt op een mogelijke verzadiging of in ieder geval een afvlakking van de sterke prijsstijgingen, mede door hogere rente en afwachtende kopers. Kwalitatieve objecten op toplocaties blijven echter gewild en houden hun waarde.

België

Ook in België is de tweedehuizenmarkt levendig, met name aan de kust en in de Ardennen. Na een uitzonderlijk drukke periode in 2021-2022, kende de kustmarkt een afkoeling in 2023, gevolgd door stabilisatie in 2024. Het aantal transacties aan de Belgische kust daalde in 2024 slechts licht (rond 2% lager dan het jaar ervoor), na een forsere terugval in 2023. Kopers hebben hun interesse behouden in het “tweede verblijf” aan zee, gedreven door de unieke levensstijl en het investeringsoogmerk. Prijzen vertonen aanhoudend een lichte groei: de gemiddelde prijs van een appartement aan de kust bereikte in 2024 ongeveer €330.000, een stijging van circa 4% jaar-op-jaar. Appartementen met frontaal zeezicht zijn het duurst – direct aan de dijk lagen de prijzen nog hoger, vaak meer dan €400.000 gemiddeld, met uitschieters in exclusieve badplaatsen als Knokke (waar luxeflats gemakkelijk meer dan een miljoen kosten). Over een periode van vijf jaar hebben kustappartementen sterke waardestijging laten zien (gezamenlijk zo’n 30% groei sinds 2019).

Buiten de kustregio blijven ook de Ardennen en andere toeristische gebieden aantrekkelijk voor tweedehuizen. De prijzen van plattelandse vakantiehuisjes in bijvoorbeeld de Ardennen zijn gematigder gestegen, maar ook hier heeft de pandemie een nieuwe groep kopers aangetrokken die op zoek is naar rust en natuur. Belgische kopers kijken daarnaast regelmatig over de grens: steeds meer Belgen investeren in vakantiewoningen in Frankrijk, Spanje of andere zonnige oorden (zie onder). De gemiddelde budgetten die Belgen voor een tweede huis uittrekken, zijn gestegen tot ruim €300.000, wat aangeeft dat men bereid is meer te betalen voor kwaliteit en locatie.

Populaire vakantieregio’s in Europa

In de rest van Europa, met name de klassieke vakantiehotspots, is de vraag naar tweede woningen eveneens groot gebleven. Spanje voert traditioneel de lijst aan als favoriet buitenland voor Nederlandse en Belgische kopers. Regio’s als de Costa del Sol, Costa Blanca en de Balearen hebben de afgelopen jaren forse prijsstijgingen gekend door internationale belangstelling. Zo ligt de vanafprijs voor een nieuwbouw appartement aan de Costa del Sol anno 2025 rond de €200.000, en sinds 2019 zijn de nieuwbouwprijzen daar naar schatting 30% omhoog gegaan. Populaire badplaatsen en eilanden – van Marbella tot Ibiza – zien een gestage toestroom van buitenlandse kopers, ondanks de al hoge prijsniveaus.

Zuid-Frankrijk (met name de Provence en Côte d’Azur) blijft eveneens een magnetische werking houden op tweedehuizenkopers. De combinatie van klimaat, landschap en mondaine charme drijft de prijzen hier al jaren op. In iconische plaatsen als Saint-Tropez, Cannes of Nice worden villa’s voor meerdere miljoenen verkocht. Ook het binnenland van Zuid-Frankrijk, zoals de Luberon of Dordogne, zag tijdens en na de coronaperiode een opleving in vraag, doordat veel Europeanen op zoek gingen naar ruimere huizen met buitenruimte. Al met al zet de prijsontwikkeling in Zuid-Frankrijk onverminderd door, vooral in de topsegmenten. In de Alpenregio’s van Frankrijk en Zwitserland is er eveneens een sterke markt: chalets in bekende skigebieden zijn peperduur door schaars aanbod. Prijzen in topresorts zoals Courchevel of Verbier kunnen oplopen tot boven €20.000 per vierkante meter, terwijl meer betaalbare Alpenbestemmingen gemiddeld nog altijd enkele duizenden euro’s per m² noteren.

Italië toont een gevarieerd beeld. Toscane en Umbrië blijven klassiekers voor wie een landelijk vakantiehuis zoekt, terwijl het Comomeer, Gardameer en andere meren in Noord-Italië populair zijn bij internationale kopers die water en bergen willen combineren. De prijzen in deze regio’s zijn de voorbije jaren geleidelijk gestegen, maar minder explosief dan in Spanje of Frankrijk. In 2024-2025 verwachten sommige makelaars zelfs een lichte afkoeling op de Italiaanse tweedehuizenmarkt, doordat er meer aanbod op de markt komt en kopers kritischer worden. Dat biedt kansen om in te stappen. Ondertussen winnen ook opkomende regio’s als Puglia (met zijn mooie kustlijn en authentieke dorpjes) aan belangstelling, waar prijzen nog relatief redelijk zijn.

Oostenrijk en de rest van de Alpen kennen een blijvend sterke vraag naar recreatiewoningen, vooral voor wintersportliefhebbers. Populaire skigebieden in Oostenrijk – zoals Tirol (bijv. Kitzbühel), Salzburgerland en Karinthië – trekken veel Nederlandse en Duitse kopers. De prijsniveaus variëren aanzienlijk per dorp en hoogte: van bescheiden appartementen in kleinere skidorpjes tot miljoenenchalets in resorts met naam. Over het algemeen zijn vakantiechalets in de Alpen schaars in aanbod, mede doordat lokale overheden nieuwbouw van tweede huizen soms limiteren. Hierdoor stijgen de bestaande objecten gestaag in waarde. Tot slot is het vermelden waard dat kopers die buiten de eurozone kijken (bijvoorbeeld Zwitserland of verder) te maken hebben met zeer specifieke markten: Zwitserland hanteert bijvoorbeeld quota voor buitenlandse kopers, maar desondanks blijven de klassiekers daar ongekend prijzig en exclusief. Kortom, in de meeste populaire Europese regio’s zet de waardestijging van recreatief vastgoed door, al zijn er regionale uitzonderingen en lijkt het extreemste groeitempo wat getemperd.

Trends in verhuuropbrengsten en bezettingsgraad

Een belangrijke motivatie voor de aankoop van een vakantiewoning is het genereren van verhuurinkomsten. In 2025 zijn de huurmarkt en bezettingsgraden van recreatiewoningen over het algemeen gunstig, al zijn er duidelijke seizoensschommelingen en regionale verschillen. Populaire verhuurplatforms als Airbnb en Booking.com melden elk jaar nieuwe recordaantallen overnachtingen. Wereldwijd zat er in 2023 opnieuw dubbelcijferige groei in het aantal geboekte nachten via deze platforms, wat de blijvende populariteit van kortetermijnverhuur onderstreept. Dit vertaalt zich ook in de Benelux en Europa in hoge vraag van toeristen naar unieke verblijven. In topbestemmingen is het hoogseizoen vaak uitverkocht: zo bereiken strandhuizen aan de kust of chalets in bekende skigebieden in het seizoen een bezettingsgraad van wel 80-90%. Tegelijk is het buiten het seizoen gebruikelijk dat de bezetting flink terugvalt; gemiddeld halen vakantiewoningen in de rustige maanden maar zo’n 30-50% bezetting.

Gemiddeld gezien ligt de bezettingsgraad van een goed gelegen en goed beheerde vakantiewoning tussen ongeveer 50% en 65% op jaarbasis. Zo is uit verhuurdata bekend dat in een populaire badplaats als Oostende een Airbnb-accommodatie in 2024 circa 60% van de dagen verhuurd werd (rond 219 nachten per jaar gemiddeld). Dergelijke percentages zorgen voor een aantrekkelijk bruto rendement, mits de huurprijzen goed zijn afgestemd op het aanbod. De huurprijzen (nachtprijzen) variëren sterk per locatie en seizoen: in de zomermaanden aan de kust of in Zuid-Europa kan een villa honderden tot duizenden euro’s per week opbrengen, terwijl een klein appartement in een minder toeristisch gebied in het laagseizoen tegen bodemtarief verhuurd wordt. Over het algemeen geldt dat de huurprijzen sinds 2019 ook zijn gestegen, mede door inflatie en hoge energiekosten die aan gasten worden doorberekend.

Opvallende trend is dat vakantiegangers steeds hogere eisen stellen. Voor verhuurders betekent dit dat investeringen in kwaliteit en service lonen: woningen met moderne voorzieningen, goede WiFi, airconditioning, een zwembad of wellness-faciliteiten en een sfeervolle inrichting krijgen betere reviews en behalen aantoonbaar hogere bezetting. Daarnaast zorgt de “ervaringseconomie” ervoor dat bijzondere accommodaties (denk aan een boomhut, design-tiny house of glamping tent) extra goed verhuren, omdat ze als unieke belevenis gezien worden. Een andere ontwikkeling is de opkomst van langere verblijven buiten het hoogseizoen, bijvoorbeeld door de groei van digital nomads en thuiswerkende vakantiegangers. Sommige landen hebben speciale verblijfsregelingen (zoals de digital nomad visa) die het mogelijk maken enkele maanden ter plaatse te wonen en te werken, wat voor eigenaren van vakantiewoningen een kans is om ook in voor- en naseizoen een redelijke bezetting te halen. Al met al blijven verhuuropbrengsten een interessant onderdeel van de businesscase: in de huidige markt kan een goed gelegen vakantiewoning een bruto verhuurrendement van circa 4% tot 8% per jaar opleveren, afhankelijk van locatie en management. Wel is het belangrijk te beseffen dat de concurrentie op platforms toeneemt (er komen telkens nieuwe verhuuraccommodaties bij), dus actieve promotie, snel reageren op boekingsaanvragen en het handhaven van kwaliteit zijn noodzakelijk om een hoge bezettingsgraad te behouden.

Belasting en regelgeving voor tweede woningen

Nederland

Wie in Nederland een tweede huis of recreatiewoning koopt, krijgt te maken met specifieke belastingen en regels. Ten eerste is er de overdrachtsbelasting: sinds 2021 is het tarief voor een tweede woning fors verhoogd. In 2025 bedraagt de overdrachtsbelasting 10,4% van de aankoopprijs (ter vergelijking: starters die een eerste eigen woning kopen betalen 0% onder bepaalde voorwaarden). Deze maatregel is bedoeld om woningbeleggers af te remmen. Voor recreatiewoningen op huurgrond of met erfpachtconstructies kan in sommige gevallen een afwijkend regime gelden, maar doorgaans is die hoge overdrachtsbelasting een aanzienlijke extra kostenpost bij aankoop. Het goede nieuws is dat de overheid heeft aangegeven dit tarief in 2026 weer iets te verlagen (naar ca. 8%), maar voor nu moeten kopers rekening houden met ruim een tiende extra bovenop de koopprijs aan belasting bij de notaris.

Daarnaast speelt de fiscale behandeling van een tweede woning in de inkomstenbelasting. In Nederland vallen vakantiewoningen in principe in box 3 (vermogensrendement). Dit betekent dat de huurinkomsten niet direct als inkomen worden belast, maar dat er wel een forfaitaire vermogensbelasting wordt geheven over de waarde van de woning (minus eventuele hypotheek). Het effectieve rendement dat de fiscus aanneemt voor vastgoed kan relatief hoog uitvallen; de belastingdruk komt grofweg neer op circa 1% van de woningwaarde per jaar, afhankelijk van de totale omvang van uw vermogen. Verder is er géén recht op hypotheekrenteaftrek voor de lening op een tweede huis – die fiscale aftrek is alleen voor een eerste eigen woning bedoeld. Financieringsrente voor de recreatiewoning is dus niet aftrekbaar, wat de netto-kosten hoger maakt.

De Nederlandse regelgeving rond gebruik van recreatiewoningen is complex. Permanent wonen in een vakantiewoning is officieel meestal niet toegestaan, tenzij de gemeente hier ontheffingen voor geeft. Er is in 2025 wel discussie gaande om onder bepaalde voorwaarden permanente bewoning toe te staan (als maatregel tegen woningnood), maar tot op heden houden veel gemeenten vast aan het onderscheid tussen recreatief en residentieel gebruik. Als eigenaar moet u dus rekening houden met voorschriften dat de woning slechts voor recreatie mag dienen; inschrijven bij de gemeente op het adres is vaak niet mogelijk. Ook voor verhuur kennen sommige gemeenten beperkingen: in populaire toeristische gemeenten (zoals Amsterdam) gelden strikte Airbnb-regels, waaronder een registratieplicht en een maximum aantal nachten dat u per jaar mag verhuren aan toeristen zonder vergunning. Hoewel deze grote steden-regels niet 1-op-1 gelden voor recreatiewoningen op parken in landelijke gebieden, is de trend wel dat er meer aandacht komt voor toezicht op vakantieverhuur (bijvoorbeeld verplichte rookmelders, brandveiligheidsvoorschriften, mogelijke toeristenbelasting afdracht, etc.). Ten slotte worden eigenaren van vakantiewoningen in Nederland geconfronteerd met relatief hoge parkkosten als de woning op een vakantiepark staat. Denk aan servicekosten, bijdragen voor onderhoud van het park en eventuele afdracht als u via het park verhuurt. Deze kosten en regels variëren per park, maar het is belangrijk hier op voorhand inzicht in te hebben.

België

België kent zijn eigen stelsel van belastingen en regels voor tweede verblijven. Bij de aankoop van een tweede woning in België betaalt u registratierechten (vergelijkbaar met overdrachtsbelasting) die per regio verschillen – in Vlaanderen is het standaardtarief 12% (2025), in Wallonië 12,5% en in Brussel 12,5%. Er zijn wel soms gunstregimes, maar die gelden doorgaans niet voor tweede verblijven (wel voor enige eigen woningen onder bepaalde voorwaarden). De aankoopbelasting ligt dus zelfs iets hoger dan in Nederland. Daarnaast heffen veel kustgemeenten en toeristische gemeenten een jaarlijkse “tweede verblijfsbelasting”. Dit is een gemeentelijke taks die jaarlijks in rekening wordt gebracht bij eigenaren die niet permanent woonachtig zijn in de woning. Het bedrag varieert per gemeente; aan de kust kan dit enkele honderden tot soms duizenden euro’s per jaar zijn, afhankelijk van de grootte en waarde van het pand. Deze kost moet dus meegenomen worden in het rendement.

Qua inkomstenbelasting hanteert België een interessant systeem: verhuurinkomsten uit onroerend goed aan particulieren worden in de personenbelasting niet belast op de werkelijke huur, maar op basis van het kadastraal inkomen (KI). Het KI is een fictieve huurwaarde die doorgaans lager ligt dan de echte huurprijs. Hierdoor is de effectieve belasting op huurinkomsten van bijvoorbeeld een appartement aan de kust relatief laag, mits u aan privépersonen verhuurt voor woongebruik. Echter, bij verhuur als vakantiewoning (korte verblijven, vaak gemeubileerd) kan de fiscus dit aanmerken als terbeschikkingstelling van een gemeubeld goed en deels belasten als roerend inkomen (voor de meubels/inventaris) en onroerend inkomen. Er zijn forfaitaire kostenaftrekken, maar het komt erop neer dat intensieve vakantieverhuur wel iets hogere belastingdruk kan hebben dan langdurige verhuur aan één huurder. Bovendien dient men sinds kort ook buitenlandse tweede huizen aan te geven bij de Belgische fiscus; hiervoor wordt een vergelijkbaar fictief inkomen bepaald zodat Belgische en buitenlandse eigendommen gelijk belast kunnen worden. België kent verder geen vermogensbelasting zoals Nederland, wel betaalt elke eigenaar jaarlijks onroerende voorheffing (een paar honderd euro, afhankelijk van KI en gemeente) voor elk pand.

Op het gebied van regelgeving is België over het algemeen iets minder streng met het onderscheid recreatie/woonbestemming dan Nederland. Permanente bewoning van een tweede huis is meestal toegestaan als u het als domicilie kiest (uiteraard niet in een toeristische verhuurconstructie). Wel zijn in specifieke vakantieparken of campings vaak reglementen die permanent wonen verbieden; dit zijn privaatrechtelijke of vergunningstechnische beperkingen. Als u een chalet op een vakantiepark koopt, moet u nagaan of er geen limitaties zijn aan verblijfsduur per jaar. Wat vakantieverhuur betreft, hebben steden als Brussel, Antwerpen en Brugge inmiddels ook hun eigen Airbnb-reglementen (bijv. verplichte meldingen, eventueel maximum nachten of toestemming van medebewoners in appartementen). In Vlaamse kustgemeenten is men bezig om de wildgroei van vakantieverhuur in goede banen te leiden, onder andere via registraties en kwaliteitslabels. Daarnaast kan, indien u verhuurt, de gemeente u verplichten toeristenbelasting per overnachting te innen bij gasten en af te dragen. Dit tarief is doorgaans laag (enkele euro’s per persoon per nacht), maar administratief moet u het wel regelen. Kortom, in België zijn de fiscale lasten voor tweede verblijven niet gering (registratierecht, jaarlijkse taks, onroerende voorheffing), maar de lopende huur-inkomstenbelasting is redelijk mild zolang u in het systeem van KI blijft. Regelgeving is lokaal bepaald en vraagt per gemeente navraag, maar is in veel gevallen minder rigide dan in Nederland.

Overige landen

Wie overweegt in het buitenland een vakantiehuis te kopen, moet zich verdiepen in de lokale belastingregels en verhuurwetten, want die kunnen sterk afwijken. In Spanje betaalt een niet-residente eigenaar jaarlijks onroerendgoedbelasting (IBI) aan de gemeente, en indien men meerdere panden of een hoger vermogen heeft kan er een (regionale) vermogensbelasting gelden (al hebben sommige regio’s die recent afgeschaft om investeerders te lokken). Huurinkomsten uit Spaanse vakantiewoningen van EU-inwoners worden belast tegen een vast tarief (momenteel ca. 19%) over de netto huurwinst; kosten zoals onderhoud, gemeenschapskosten en interest zijn aftrekbaar. Spanje kent bovendien een verplichting tot het registreren van vakantieverhuur: in populaire regio’s als Andalusië, Catalonië en de Canarische Eilanden moet een woning een toeristische verhuurlicentie hebben voordat men via Airbnb/Booking mag verhuren. Zo’n licentie aanvragen kost geld en sommige steden/regio’s hebben een maximum aantal licenties ingesteld. In bijvoorbeeld Barcelona is het aantal nieuwe verhuurvergunningen bevroren, waardoor het verhuren van een appartement aan toeristen daar feitelijk nauwelijks nog mogelijk is zonder bestaande vergunning. Daarnaast int men in Spaanse toeristengebieden toeristenbelasting bij de gasten (meestal een paar euro per nacht, afhankelijk van de regio), dus eigenaren moeten zich registreren en deze afdracht verzorgen.

In Frankrijk is er eveneens een onderscheid tussen gewone verhuur en seizoensverhuur. Eigenaren betalen jaarlijks taxe foncière (eigenaarsbelasting) en in veel gevallen ook taxe d’habitation voor tweede woningen (sommige gemeentes hebben de woonbelasting voor hoofdverblijf afgeschaft, maar heffen wel extra op tweede verblijven). Die extra belasting kan aanzienlijk zijn in gewilde steden; bijvoorbeeld Parijs heft een toeslag op de taxe d’habitation voor tweede woningen om speculatie te ontmoedigen. Vakantieverhuur in Frankrijk vereist in steden vanaf een bepaalde omvang een registratienummer van de gemeente (zoals in Parijs, Nice, Bordeaux e.a.). Men heeft een plafond van 120 dagen per jaar dat een niet-hoofdverblijf verhuurd mag worden; daarboven is officieel een vergunning nodig om het pand als commercieel verhuurobject te exploiteren. Qua inkomstenbelasting kunnen kleine verhuurders gebruikmaken van een forfaitaire regeling (micro-BIC) waarbij slechts een deel van de huur belast wordt, of men kan kiezen voor reële belasting met aftrek van alle kosten. Hierin duiken is raadzaam als u verhuurplannen heeft, want de fiscale verschillen kunnen groot zijn afhankelijk van uw tariefschijf en aftrekposten. Overigens stimuleert Frankrijk ook investeerders via bepaalde programma’s, bijvoorbeeld het recente plan om met belastingvoordeel buitenlandse kopers aan te trekken voor specifieke regio’s, maar dat richt zich meer op mensen die zich (half) permanent vestigen.

Italië heft eveneens onroerendezaakbelasting (IMU) op tweede huizen (de eerste eigen woning is vrijgesteld van IMU, maar tweede woningen niet). Deze gemeentelijke belasting varieert, maar reken op rond 0,4-0,6% van de waarde per jaar. Bovendien betalen niet-ingezetenen een jaarlijkse vermogensbelasting op buitenlands vastgoed als zij Italiaans belastingplichtig zijn (voor Italianen die buiten Italië een huis hebben). Als u uw Italiaanse vakantiehuis gaat verhuren, worden die inkomsten belast als onderdeel van uw totale inkomen, maar er bestaat een gunstige optie: verhuur van woonruimte kan vallen onder de zogeheten “cedolare secca” – een vlak belastingtarief (meestal 21%) op huurinkomsten, zonder verdere progressie. Dit is vooral bedoeld voor langdurige verhuur, maar sommige kortdurende verhuur valt er ook onder. Italië kent minder landelijke beperkingen op Airbnb dan sommige andere landen, al kunnen steden als Florence of Venetië wel eigen regels stellen om hun historische centra leefbaar te houden (zo heeft Florence in 2023 aangekondigd nieuwe toeristische verhuur in het centrum te verbieden om de uitwassen tegen te gaan). Het is dus zaak de regionale en gemeentelijke regels goed te checken voordat u koopt.

In Oostenrijk en andere Alpenlanden bestaan vaak beperkingen om wildgroei van tweede woningen in te dammen. In Oostenrijk moet een woning de bestemming “Freizeitwohnsitz” hebben om als puur vakantiehuis gebruikt te mogen worden. Die bestemmingen zijn beperkt beschikbaar; veel panden hebben een hoofdwoonbestemming, waarbij permanente bewoning door een bewoner met lokaal hoofdadres vereist is. Koop als buitenlander is in Oostenrijk als EU-burger wel toegestaan, maar men moet dus op het type vergunning letten. Ook in Zwitserland geldt een beruchte secundaire woningen wet (Lex Koller/Lex Weber) die in gemeenten waar al >20% tweede woningen zijn, de bouw van nieuwe vakantiewoningen verbiedt en aankoop door buitenlanders quota’s kent. Dit maakt dat bestaande objecten in Zwitserland zeer exclusief en duur blijven. Tot slot hebben veel ski- en berggemeenten regels dat als je een toeristisch appartement koopt, je het (gedeeltelijk) ter beschikking moet stellen voor verhuur en het niet 100% leeg mag laten staan buiten eigen gebruik – zo willen zij spookdorpen voorkomen en lokale economieën ondersteunen.

Samenvattend: elk land en zelfs regio kent zijn eigen fiscale regime en restricties. Als koper/belegger in het buitenland doet u er verstandig aan om lokaal advies in te winnen. Let op zaken als overdrachtsbelasting/registratierechten, jaarlijks terugkerende belastingen (eigenaarsheffingen, tweede woning taks), behandeling van huurinkomsten (welke tarieven en aftrekposten) en speciale verhuurregels (vergunningen, maximum verhuurdagen, et cetera). Deze kunnen een flinke hap uit uw rendement nemen of in het ergste geval uw beoogde gebruik van de woning beperken. Een goede voorbereiding op dit vlak voorkomt verrassingen achteraf.

Financieringsmogelijkheden en rentestanden

De financiering van een recreatiewoning wijkt doorgaans af van een reguliere woninghypotheek. Banken zien een tweede huis als risicovoller: bij financiële problemen zal een eigenaar eerder zijn vakantiewoning verkopen dan zijn eigen woonhuis. Daarom hanteren kredietverstrekkers strengere voorwaarden. In de praktijk betekent dit dat u rekening moet houden met een lagere maximaal te lenen verhouding (LTV) en een hogere rente. Veel banken in Nederland financieren hooguit 70% van de marktwaarde van een recreatiewoning, soms zelfs minder (60% bij zeer commerciële verhuurobjecten). Er zijn niche-aanbieders die voor beleggers tot circa 80-85% gaan, maar dat is uitzondering en vaak tegen stevige rentetoeslagen. U moet dus meestal 30-40% eigen geld inbrengen bij de aankoop. Ook zal de hypotheekrente voor een tweede woning hoger zijn dan voor uw eerste huis: een risico-opslag van 0,5% tot 1,0%punt is gebruikelijk. In 2025 liggen hypotheekrentes algemeen op een relatief hoog niveau vergeleken met enkele jaren terug; voor een recreatiewoning betaalt u al snel rond de 5 tot 6% rente (afhankelijk van rentevaste periode en verhouding lening/waarde). Dit is een flinke stijging ten opzichte van de historisch lage rentes (~2%) van 2021, en drukt uiteraard op het rendement.

Een recreatiehypotheek komt bovendien niet in aanmerking voor Nationale Hypotheek Garantie (NHG) in Nederland. Dat vangnet vervalt, waardoor de bank alle risico doorberekent en u geen premiekorting krijgt. Ook in België bestaan geen speciale garantieregelingen voor tweede woningen – de vroegere woonbonus (belastingaftrek) is bovendien afgeschaft, dus hypotheekrente is niet aftrekbaar. In beide landen geldt dus: de rente betaalt u bruto = netto, zonder fiscale tegemoetkoming. Het ontbreken van renteaftrek en NHG maakt lenen voor een beleggingspand een stuk duurder in maandlasten.

Naast traditionele hypotheken zijn er alternatieve financieringsroutes. Als u overwaarde heeft op uw eerste woning, kunt u proberen die hypotheek uit te breiden of een tweede hypotheek op uw hoofdverblijf te nemen om de vakantieaankoop deels te financieren. Dit kan soms tegen gunstiger rentevoorwaarden dan een aparte recreatielening, omdat de bank uw hoofdwoning als onderpand ziet (let wel op dat ook hier de rente niet aftrekbaar is wanneer het geld voor de tweede woning wordt gebruikt). Bij kleinere leensommen (< €50.000) kan een persoonlijke lening een optie zijn, hoewel de rente daarop doorgaans nog hoger ligt maar de looptijd korter is. Ten slotte zijn er investeerders en platformen die zakelijke leningen verstrekken voor vastgoed (met de vakantiewoning als onderpand); deze hebben vaak flexibelere voorwaarden en kortere looptijden, maar rekenen rentepercentages die richting 6-8% of meer gaan in de huidige markt.

Wie in het buitenland een huis koopt, stuit mogelijk op beperkingen bij de eigen bank. Nederlandse en Belgische banken financieren veelal enkel onroerend goed binnen eigen land. Voor een buitenlands vakantiehuis bent u aangewezen op lokale banken ter plaatse of eigen middelen. Een Spaanse bank kan bijvoorbeeld een hypotheek geven aan een buitenlander, maar vaak maximaal 60-70% van de aankoopprijs en tegen iets hogere niet-resident rentes. Daarnaast komen er andere kosten bij kijken (verplichte levensverzekering, lokale hypotheekaktekosten, etc.). Bereid u erop voor dat de financieringsaanvraag extra documenten vergt en meestal in het Engels of lokale taal verloopt. Wisselkoersrisico speelt gelukkig geen rol binnen de eurozone – een reden dat veel mensen voor de zekerheid binnen eurolanden investeren. Maar gaat u bijvoorbeeld in Zwitserland of het VK kopen, houd dan rekening met valutarisico: een hypotheek in lokale munt kan duurder worden als die munt in waarde stijgt ten opzichte van de euro.

Samenvattend is het financieren van recreatief vastgoed in 2025 een uitdaging vanwege hogere rentes en strengere leenlimieten. Zorg voor een gezonde eigen inbreng en buffer in uw begroting. Vergelijk verschillende aanbieders, want de voorwaarden (zoals of verhuur is toegestaan) verschillen per bank. Laat u ook goed adviseren over eventuele constructies, bijvoorbeeld verhuurhypotheken waarbij de huurinkomsten deels meegeteld kunnen worden in de leenbeoordeling. En bedenk: geen financiering krijgen is niet per se negatief – het dwingt tot realistische budgettering en voorkomt overmatige schuld voor een bezit dat in essentie een luxe (of investering) is. Uiteindelijk zal een lagere leverage (schuldgraad) uw rendement misschien iets drukken, maar ook beschermen bij tegenvallers.

Risico’s en rendement

Een investering in een vakantiewoning kan aantrekkelijk rendement opleveren, maar gaat hand in hand met specifieke risico’s. Allereerst het potentiële rendement: gemiddeld ligt het bruto verhuurrendement van recreatief vastgoed vaak rond 4-6% van de aankoopwaarde per jaar. In uitzonderlijke gevallen – bijvoorbeeld een topvakantiewoning met constante bezetting – kan dit richting 8-10% bruto gaan. Netto blijft hier na aftrek van alle kosten (onderhoud, beheer, belastingen, verzekeringen, reservering voor meubelvervanging, etc.) meestal een lager percentage van over, vaak circa 2-5%. Daarbovenop komt ofwel waardestijging van het pand, of waardedaling als de markt tegenzit. Historisch gezien zijn tweede woningen in veel regio’s meer waard geworden (denk aan de eerder genoemde 30% stijging in vijf jaar aan de kust, of de 28% in vier jaar in NL). Echter, het verleden biedt geen garantie: de markt kent cycli en kan verzadigen. Een lokale overmaat aan vakantiehuisjes of een economische crisis die de reislust drukt, kan leiden tot prijsdalingen of langere verkooptijden. Liquiditeit is namelijk een punt: een recreatiewoning verkoopt doorgaans trager dan een reguliere woning. Momenteel is de gemiddelde verkooptijd in NL rond 7-9 maanden, in mindere tijden kon dat oplopen tot 1-2 jaar. U moet bij een investering dus een langere horizon hebben en niet rekenen op snel cashen bij verkoop.

Verder zijn er risicofactoren specifiek voor vakantieverhuur. De bezettingsgraad kan tegenvallen als er onverwachte gebeurtenissen zijn – denk aan een nieuwe pandemie of reisbeperkingen, waardoor toerisme stilvalt. Ook localiteit speelt een rol: regio’s die nu “hot” zijn, kunnen in de toekomst minder in trek raken door veranderende vakantievoorkeuren. Daarnaast is er regelgevingrisico: als een overheid besluit verhuur te limiteren of extra te belasten (bijv. strengere Airbnb-limits of hogere toeristentaks), kan dat direct doorwerken in uw verdienmodel. Aan de kostenkant kunnen onderhoud en reparaties grotere impact hebben dan bij een normale woning, omdat wisselende gasten nu eenmaal slijtage geven. Meubilair, apparaten en zwembad moeten vaker worden vervangen of gerepareerd. En vergeet niet de beheerlast: uzelf of een beheerder moet de sleuteloverdracht, schoonmaak en boekingen regelen. Hoewel u daarvoor een deel van de huur kunt reserveren (gangbaar is 20-30% van de huurinkomsten af te dragen aan een professioneel verhuurbeheerbedrijf), is het een kostenpost en als u het zelf doet, een tijdsinvestering.

Nog een risico om te benoemen is klimaat en duurzaamheid. Voor ski-appartementen bijvoorbeeld bestaat de zorg dat door klimaatverandering sneeuwzekerheid afneemt, waardoor toekomstige wintertoeristen wegblijven en het rendement daalt. Evenzo kunnen mediterrane gebieden lijden onder extremer weer (hitte, watertekort of bosbranden), wat de toeristische waarde op termijn kan beïnvloeden. Daarnaast kunnen veranderingen in energieprijzen een rol spelen: een slecht geïsoleerde woning wordt duur in gebruik bij hoge energieprijzen, wat huurders kan afschrikken of tot negatieve reviews leidt. Al deze factoren maken duidelijk dat rendement niet automatisch binnenstroomt; het vergt actief management en de juiste keuzes.

De valkuilen zitten vaak in overschatting van inkomsten en onderschatting van kosten. Veel eerste kopers denken dat ze met enkele weken verhuur hun kosten al dekken. In de praktijk moet u rekening houden met periodes zonder huurders (vacature), marketingkosten op platforms, periodiek groot onderhoud (schilderbeurt, dak, technische installaties) en verzekeringen die bij verhuur vaak duurder zijn. Ook de financieringslast mag men niet vergeten: bij een rente van ~5% kost elke geleende €100.000 u €5.000 per jaar aan rente, nog los van aflossing. Zorg dus voor een gedegen exploitatiebegroting: zet alle verwachte inkomsten en uitgaven op een rij voor een paar jaar, en reken enkele scenario’s door (optimistisch, neutraal, pessimistisch). Zo’n stresstest laat zien of u een jaar met tegenvallende verhuur of onvoorziene kosten kunt opvangen.

Daartegenover staat natuurlijk het positieve potentieel: een goed gekozen vakantiewoning kan dubbel rendement geven – financieel én in eigen vakantieplezier. U bouwt vermogen op in stenen terwijl u en uw familie er zelf van kunnen genieten. Veel investeerders vinden het een tastbaarder en leuker beleggingstype dan abstracte aandelen. Bovendien kan slim investeren in kwaliteit en marketing het rendement flink verhogen: door bijvoorbeeld te zorgen voor duurzaamheidscertificaten, luxe extra’s of het aanbieden van unieke ervaringen (denk aan een gratis gebruik van fietsen/kajaks bij uw huis, of samenwerkingen met lokale horeca) kunt u uw object onderscheidend maken en zo hogere verhuurprijzen of langere seizoenbezetting realiseren. Samengevat: rendement uit vakantiewoningen is er zeker te behalen, gemiddeld een paar procent netto plus kans op waardestijging. Maar de bijbehorende risico’s – marktrisico, leegstand, kosten, regelgeving – vereisen een realistische blik en actief beheer. Wie die uitdagingen goed managet, kan echter een mooi rendement én veel plezier uit zijn tweede huis halen.

Impact van duurzaamheid en renovatie-eisen

Duurzaamheid speelt een steeds grotere rol in de vastgoedsector, en de markt voor recreatiewoningen is daarop geen uitzondering. Energiebewuste investeerders en huurders letten op de milieuprestaties van vakantiewoningen. Een goed geïsoleerde woning met een modern verwarmingssysteem (bij voorkeur zonder gas, bijvoorbeeld een warmtepomp) en eventueel zonnepanelen heeft meerdere voordelen: lagere energiekosten, hoger comfort voor gasten en vaak een hogere marktwaarde. In Nederland zien we dat recreatiewoningen met energielabel A of B hun waarde beter behouden en sneller verkopen, omdat kopers anticiperen op toekomstige eisen. Ook in andere landen worden energiecertificaten verplicht bij verkoop en verhuur; zo moet je in veel EU-landen bij het adverteren van een huis de energieklasse vermelden. Een slechte energieprestatie kan huurders afschrikken of dwingen tot het geven van fikse kortingen in wintermaanden vanwege hoge stookkosten.

Naast vrijwillige duurzaamheidsoverwegingen komen er steeds strengere wettelijke eisen aan (vakantie)huizen. De EU streeft ernaar de gebouwde omgeving aanzienlijk te verduurzamen. Er ligt een richtlijn in de pijplijn die eigenaren van slecht presterende woningen (energieklasse F of G) verplicht om vóór 2030 verbeteringen door te voeren, anders mogen dergelijke woningen mogelijk niet meer verhuurd of zelfs niet meer verkocht worden zonder renovatie. Hoewel details en nationale implementatie nog in ontwikkeling zijn, is de trend duidelijk: bezitters van oude, tochtige vakantiewoningen zullen op termijn moeten investeren in bijvoorbeeld dakisolatie, dubbel glas, zuinige boilers of zonnepanelen. In Frankrijk en België zijn vergelijkbare stappen gezet: Frankrijk verbiedt stapsgewijs verhuur van woningen met de allerlaagste energielabels, en in België krijgen nieuwbouw vakantiewoningen nu al strengere E-peileisen (energieprestatie) opgelegd.

Duurzaamheid gaat niet alleen over energieverbruik, maar ook over materiaalgebruik en omgeving. In natuurgevoelige gebieden (zoals nationale parken) gelden soms extra regels: bouwmaterialen moeten ecologisch zijn, of er zijn beperkingen op het gebruik van chemische middelen (bijvoorbeeld bij zwembadonderhoud) om de omgeving niet te belasten. Glamping-accommodaties profileren zich vaak als “eco” – bijvoorbeeld composttoiletten, zonne-energie en lokale waterzuivering. Hoewel dat een niche is, worden steeds meer reguliere vakantiewoningen ook verduurzaamd met het oog op de toekomst. Dit kan variëren van simpele maatregelen (LED-verlichting, waterbesparende douchekoppen, regentonnen voor tuinbewatering) tot gecertificeerde klimaatneutrale vakantiehuizen.

De impact van deze ontwikkelingen op de waarde is tweeledig. Enerzijds kunnen strengere eisen voor hoge kosten zorgen bij eigenaren van verouderde panden, wat het directe rendement drukt. Anderzijds verhoogt een eenmaal uitgevoerde renovatie meestal de waarde en aantrekkelijkheid aanzienlijk. Wie nu investeert in goede isolatie of een modern energielabel, plukt daar meteen de vruchten van in de vorm van positieve huurdersreacties en toekomstbestendigheid. Subsidies kunnen beschikbaar zijn om dit dragelijker te maken – in Nederland zijn er bijvoorbeeld subsidies voor isolatie en zonnepanelen, ook voor recreatiewoningen als ze voldoen aan bepaalde gebruikseisen. Het is dus verstandig om bij aanschaf niet alleen naar de huidige staat te kijken, maar ook een meerjarenplan te maken: welke renovaties kunnen nodig of gewenst zijn om deze woning over 5-10 jaar nog concurrerend en toegestaan te hebben? Dit hoort bij duurzaam investeren.

Ten slotte merken we dat “groen” ook een marketinginstrument is. Een vakantiewoning die zich profileert als duurzaam – denk aan een CO₂-neutrale bungalow of een huisje off-grid in de natuur – kan een heel specifiek publiek trekken en zelfs hogere verhuurprijzen rechtvaardigen. Zo zijn er al eco-resorts die premium tarieven vragen op basis van hun duurzaamheidsgarantie. Hoewel niet elke locatie zich daarvoor leent, is het zeker iets om in het achterhoofd te houden: duurzaamheid is niet alleen een kostenpost of plicht, maar kan bij slimme toepassing ook rendement verhogen en nieuwe klantengroepen aantrekken (bijvoorbeeld de milieubewuste reiziger). Alles bij elkaar opgeteld zal in de komende jaren de scheidslijn steeds zichtbaarder worden tussen tweede woningen die wel of niet met hun tijd meegaan op duurzaamheidsvlak – en dit zal direct van invloed zijn op waarde, verhuurbaarheid en toekomstperspectief van het object.

Eigen gebruik, deels verhuur of puur als belegging

Bij de aankoop van een vakantiewoning is het belangrijk om helder te hebben met welk doel u deze aanschaft. Gaat het primair om eigen gebruik (een tweede huis voor uzelf), een combinatie van eigen plezier en verhuur, of puur als investering voor verhuurrendement? Deze insteek bepaalt namelijk in sterke mate welk type woning geschikt is en hoe u het gebruik organiseert.

Eigen gebruik: Wie een tweede huis koopt louter voor eigen genot, stelt andere prioriteiten dan een belegger. U kiest wellicht een locatie die u persoonlijk aantrekt – bijvoorbeeld dicht bij uw woonplaats voor spontaan weekendverblijf, of juist een droomlocatie in uw favoriete vakantieland. Het rendement is hierbij van ondergeschikt belang; de “opbrengst” is vooral immaterieel: vrije tijd, ontspanning, het hebben van een vaste stek elders. Uiteraard is waardebehoud op lange termijn fijn, maar u hoeft niet per se elk jaar huurinkomsten te realiseren. Veel kopers van een tweede huis voor eigen gebruik kijken ook naar de lange termijn: sommigen plannen er later (gedeeltelijk) te gaan wonen bij pensionering. In dat geval let men op zaken als bereikbaarheid het hele jaar door, gezondheidszorg in de buurt, en een gemeenschap om eventueel in te integreren. Belangrijk om te beseffen is dat eigen gebruik ook kosten met zich meebrengt – alle lasten komen immers voor uw eigen rekening. U moet voldoende inkomen of budget hebben om dubbele woonlasten te dragen (onderhoud van twee huizen, dubbele verzekeringen, etc.), zeker als u niet of nauwelijks gaat verhuren om kosten terug te verdienen.

Eigen gebruik + verhuur: Een veelvoorkomend model is een combinatie: u geniet zelf van het vakantiehuis wanneer u wilt, en in de periodes dat u er geen gebruik van maakt verhuurt u het aan toeristen om de kosten te drukken of zelfs winst te pakken. Dit vergt wat planning en flexibiliteit. U zult bijvoorbeeld uw eigen vakanties moeten plannen rondom de verhuurkalender: de hoogseizoenweken zijn financieel het lucratiefst om te verhuren, dus sommige eigenaren kiezen ervoor juist dán te verhuren en zelf in het laagseizoen te gaan. Dat kan betekenen dat u tijdens schoolvakanties minder zelf in uw huis bent, wat een afweging is. Aan de andere kant kunt u door slim te plannen zowel inkomen genereren als toch voldoende eigen tijd in de woning doorbrengen. Bij dit hybride model is organisatie key: u moet regelen dat er lokaal iemand is voor sleuteloverdracht en schoonmaak als u zelf niet in de buurt woont. Vaak schakelen deeltijd-gebruikers een verhuurorganisatie in die tegen commissie alles regelt, zodat ze er zelf geen omkijken naar hebben bij gastenwissel. Fiscaal en juridisch gezien moet u ook opletten: bij deels eigen gebruik in het buitenland bijvoorbeeld, kunt u sommige kosten niet volledig aftrekken in de lokale belastingaangifte – het moet pro rata verdeeld worden. En verzekeringstechnisch moet u een polis hebben die zowel eigen gebruik als tijdelijke verhuur dekt (standaard opstalverzekeringen sluiten vaak commercieel verhuur uit). Dit combimodel kan ideaal zijn als het goed wordt gemanaged: u geniet van het bezit én u laat het bezit deels voor u werken in de periodes dat het anders leeg zou staan.

Puur belegging/verhuur: Bij een aankoop uitsluitend als investering benadert u de vakantiewoning als een business. Locatiekeuze wordt dan heel rationeel bepaald door vraag en verwacht rendement, in plaats van of u het zelf een leuke plek vindt. U zult waarschijnlijk kiezen voor een gebied met bewezen toeristenstroom, jaarrond aantrekkingskracht (zodat niet alle inkomsten in twee maanden zomer zitten), en een woningtype dat populair is in de verhuurmarkt. Vaak komen beleggers uit bij appartementen in steden of populaire kustplaatsen, of chalets op grote vakantieparken die doorlopend verhuurd kunnen worden. U bent mogelijk zelf nooit of nauwelijks in het huis te vinden – behalve misschien om periodiek inspectie te doen – en u laat een professioneel bureau het verhuurproces draaien. Alles is gericht op maximaal financieel rendement: scherpe tarieven, hoge bezetting, kostenbeheersing. Dit kan een solide investering zijn, maar men moet beseffen dat vastgoedbeleggingen altijd arbeidsintensiever zijn dan volledig passieve beleggingen. U krijgt te maken met huurders(ondersteuning), onderhoudsbeslissingen, en de noodzaak om trends te volgen (u moet uw woning up-to-date houden qua interieur bijvoorbeeld om aantrekkelijk te blijven). Veel pure beleggers spreiden daarom hun investering ook over meerdere objecten: in plaats van één dure villa koopt men bijvoorbeeld twee of drie kleinere appartementen op verschillende locaties, om risico te spreiden en een portfolio op te bouwen. Ook juridisch kan een puur beleggingsobject anders worden aangepakt, bijvoorbeeld via een vennootschap, hoewel dat weer fiscale voor- en nadelen heeft die per situatie verschillen.

Concluderend: bepaalt u bij de start hoe de balans eigen gebruik vs verhuur eruitziet. Dit voorkomt teleurstellingen (bijvoorbeeld dat u minder vaak van uw huis gebruik kunt maken dan gehoopt, of andersom dat de inkomsten tegenvallen omdat u het zelf te vaak bezet houdt). Elk gebruikstype heeft zijn charme en aandachtspunten. Er is geen verkeerde keuze, zolang het maar aansluit bij uw doelen en financiële mogelijkheden. Het mooie is dat u in de loop der tijd eventueel van strategie kunt veranderen: menig eigenaar begint met veel eigen gebruik en besluit later toch meer te gaan verhuren voor extra inkomsten, of start als investeerder maar raakt zo verknocht aan de plek dat hij/zij er uiteindelijk zelf vaker verblijft. De vakantiewoningmarkt biedt die flexibiliteit, mits de locatie en regelgeving dat toelaten.

Populaire type vakantiewoningen

  • Tiny houses: Kleine huisjes van circa 20-50 m2 zijn de laatste jaren sterk in opkomst. Een tiny house is vaak modern ontworpen en gericht op duurzaamheid en minimalisme. Ze staan dikwijls op natuurrijke locaties of speciaal daarvoor ingerichte parkjes. Door de beperkte omvang zijn de aanschafkosten relatief laag en is het onderhoud eenvoudig. Deze huisjes spreken een jonger publiek aan en scoren goed als unieke Airbnb-ervaring. Let wel: comfort is basaal (soms geen vast aangesloten riolering of beperkte voorzieningen) en niet iedereen wil op 30 m2 vakantie vieren, maar de niche van romantische tweepersoons-uitjes in een tiny house is booming.
  • Chalets: Een chalet is een klassieke vorm van recreatiewoning, meestal vrijstaand en gelijkvloers, vaak op een bungalowpark of camping. Chalets variëren van eenvoudige houten huisjes tot luxe uitgevoerde recreatiewoningen met alle gemakken. In Nederland en België bedoelt men met chalets vaak prefab vakantiewoningen op vakantieparken, terwijl in de Alpen een “chalet” ook een groot luxe houten huis kan zijn. Doorgaans bieden chalets 2 tot 3 slaapkamers en zijn ze gericht op gezinnen. Ze zijn populair omdat ze een eigen tuintje of terras hebben en een huiselijk gevoel geven. Prijzen zitten in het middensegment, en ze vormen de ruggengraat van veel vakantieparken. Een aandachtspunt is wel dat sommige chalets op gehuurde grond staan of erfpacht, wat invloed heeft op financiering en waardevastheid.
  • Appartementen: Appartementen als vakantiewoning komen veel voor in steden en badplaatsen. Ze maken deel uit van een groter gebouw en hebben gedeelde faciliteiten (hal, lift, zwembad als het een resort betreft). Groot voordeel is het gemak: onderhoud aan de buitenkant wordt meestal door een VvE (vereniging van eigenaars) geregeld. Appartementen hebben vaak een wat lagere instapprijs dan vrijstaande huizen op vergelijkbare locatie, waardoor ze voor investeerders interessant zijn. Ze zijn bovendien makkelijk verhuurbaar aan stellen of kleine gezinnen die een paar dagen verblijven. Nadelen zijn er ook: je hebt maandelijkse VvE-bijdragen, mogelijk huisregels (sommige appartementsgebouwen beperken korte vakantieverhuur), en geen eigen tuin. In toeristische complexen – denk aan een resort met receptie – kan het zijn dat de beheerder eist dat je verhuurt via hun kanaal (tegen commissies) of bepaalde periodes beschikbaar stelt. City-appartementen als tweede woning zijn geliefd bij mensen die geregeld in een bepaalde stad willen vertoeven, maar kunnen onderhevig zijn aan die stedelijke Airbnb-regulering.
  • Villawoningen: Dit zijn de ruime, luxueuze vakantiewoningen, vaak vrijstaand op grote kavels. Ze bieden meerdere slaapkamers, een eigen tuin, soms een zwembad of jacuzzi, en alle comfort van thuis. Villas vind je vooral in het hogere segment: aan de Mediterrane kust, in chique ski-oorden, of als landhuis op het platteland. Ze vergen een flinke investering in aanschaf en onderhoud, maar daar staat tegenover dat de verhuurprijzen navenant hoog liggen. Villawoningen worden vaak door groepen of meerdere gezinnen gehuurd die de kosten delen voor een luxe verblijf. Als eigenaar moet je wel zorgen voor goed beheer (eventueel een huisbewaarder of beheerder ter plekke) want de verwachtingen van huurders in dit segment zijn hoog. Ook kennen luxe woningen een wat kleinere kopersmarkt bij doorverkoop, maar ze houden hun waarde doorgaans goed als de locatie top is. Veel villabeleggers gebruiken de woning deels zelf als vakantievilla en laten hem de rest van het jaar renderen.
  • Glamping-accommodaties: Glamping staat voor glamoureus kamperen en omvat bijvoorbeeld safaritenten, luxe lodge-tenten, yurts, boomhutten of andere bijzondere onderkomens die het buitenleven combineren met comfort. Deze accommodaties zijn vaak semi-permanent (opgezet in het seizoen, afgebroken of leeg in de winter) en bevinden zich op campings of speciale glamping-terreinen. Als investeerder kunt u denken aan het plaatsen van een aantal volledig ingerichte safaritenten op een stuk land, of het exploiteren van een kleinschalige glamping. De populariteit van glamping is de afgelopen jaren enorm toegenomen; veel vakantiegangers zoeken een unieke natuurbeleving zonder alle comfort op te geven. De investering per eenheid is meestal lager dan een huis (een luxe tent incl. inrichting kost een fractie van een stenen bungalow), maar de levensduur is ook korter en er is meer hands-on beheer nodig. Bovendien is het seizoensgebonden: in Benelux alleen van april tot okt, in Zuid-Europa iets langer. Glamping leent zich goed voor creatief ondernemen in toerisme, maar als “vaste” vastgoedbelegging is het minder stabiel dan een huis – vergunningen voor bijv. een boomhut kunnen tijdelijk zijn en de restwaarde van een tent is nihil. Toch zien we dat glamping als concept gebleven is en een leuke nicheopbrengst kan geven voor wie het erbij doet.

Aandachtspunten voor kopers en beleggers in 2025

  • Onderzoek lokale regels en belastingen: Check vóór aankoop de specifieke verhuurregels, vergunningplichten en (lokale) belastingen voor tweede woningen ter plaatse, om verrassingen te voorkomen.
  • Maak een realistische rendementsberekening: Wees eerlijk over alle kosten (financiering, onderhoud, parkbijdragen, verzekeringen, belastingen) en ga conservatief om met verwachte huurinkomsten en bezettingsgraden in uw begroting.
  • Houd rekening met financieringsvoorwaarden: Bedenk dat u voor een recreatiewoning meer eigen kapitaal nodig heeft en een hogere hypotheekrente betaalt; leen niet maximaal en laat ruimte voor tegenvallers of rentestijgingen.
  • Kies de juiste locatie en woning voor uw doel: Koop een huis die past bij uw gebruiksdoel – voor eigen gebruik telt uw persoonlijke band met de plek, voor verhuur telt vooral de vraag van vakantiegangers in dat gebied.
  • Besteed aandacht aan duurzaamheid: Investeer in een goede energieprestatie en onderhoud van de woning; dit verhoogt de verhuurbaarheid, reduceert exploitatiekosten en voorkomt mogelijke problemen met toekomstige milieuregels.
  • Regel beheer en logistiek: Zorg voor een oplossing voor sleutelbeheer, schoonmaak en onderhoud, zeker als u zelf niet in de buurt woont. Een lokale beheerder of goed afspraken met een park zijn goud waard voor stressvrij verhuur.
  • Denk aan de lange termijn: Vraag u af hoe verkoopbaar de woning later zal zijn. Flexibiliteit (andere gebruiksmogelijkheden), locatieontwikkeling en bouwkwaliteit bepalen of u over 10-15 jaar makkelijk kunt uitstappen met winst.

    Huur een vakantiewoning via Vakantiewoningen.nl
Visited 37 times, 1 visit(s) today
Close