Nederlandse overheid faalt om gezinnen te beschermen die worden uitgezet: ombudsmannen


De overheid doet onvoldoende om de rechten te beschermen van gezinnen die uit hun huis zijn gezet vanwege betalingsachterstanden, overlastklachten of criminaliteit. En dat heeft grote gevolgen voor het welzijn en de ontwikkeling van kinderen en de waardigheid van hun ouders, stellen Nationale ombudsman Reinier van Zutphen en Kinderombudsman Margrite Kalverboer in een gezamenlijk rapport. Ze benadrukten dat fatsoenlijke huisvesting die gezinnen bij elkaar houdt een fundamenteel mensenrecht is, en dat het de plicht van de overheid is om dit recht voor haar burgers te waarborgen.

De ombudsmannen krijgen regelmatig klachten en meldingen van ouders, kinderen en betrokken professionals over uithuiszetting van gezinnen. Vaak moeten ze van de ene op de andere dag een nieuwe woning zoeken, wat met de woningnood in Nederland bijna onmogelijk is.

“Ik zie mensen die het risico lopen dakloos te worden nadat ze uit hun huis zijn gezet, en zij worden verantwoordelijk geacht voor het vinden van een nieuwe woning”, zegt Van Zutphen. “Als er toch hulp komt van gemeenten, komen gezinnen vaak voor lange tijd terecht in allerlei tijdelijke woonoplossingen. Hun leven wordt overleven.”

Lees ook:  Het vangen en eten van rivierkreeften kan het Nederlandse watersysteem ten goede komen

Volgens de Nationale ombudsman zijn ze daardoor praktisch dakloos omdat ze zich tijdens de verhuizing van tijdelijke woning naar tijdelijke woning niet kunnen richten op het opbouwen van een toekomst. “Deze mensen ervaren veel stress”, zegt Van Zutphen. “De overheid is zich hier onvoldoende van bewust en voldoet daarmee niet aan haar zorgplicht.”

“De impact van huisuitzettingen is vooral enorm voor kinderen”, voegde de Kinderombudsman eraan toe. “We weten hoe belangrijk het is dat kinderen in een stabiele en veilige omgeving leven. Die moeten dus extra goed beschermd worden.” In plaats daarvan zijn kinderen vaak onzichtbaar in het uithuiszettingsproces.

De overheid neemt enkele maatregelen om huisuitzettingen te voorkomen, zoals het sneller signaleren van betalingsachterstanden. Maar dat is niet genoeg, vinden de ombudsmannen. “Vroegtijdige detectie helpt, maar het is slechts een deel van de puzzel”, zegt Van Zutphen.

De ombudsmannen riepen de regering daarom op om extra maatregelen te nemen. Introduceer een nieuw ontruimingsbeleid gebaseerd op een mensen- en kinderrechtentoets en waarbij sociale impact centraal staat. Gemeenten verplichten om te zorgen voor degelijke vervangende huisvesting. En maak beleid voor gemeenten en woningcorporaties over het op de juiste manier betrekken van ouders en kinderen bij het uithuiszettings- en verhuisproces.

Lees ook:  Weer een explosief gericht op Surinaamse restaurantketen, dit keer in Rotterdam

Ook drongen Kalverboer en Van Zutphen er bij de overheid op aan betrouwbare gegevens over huisuitzettingen te verzamelen en te monitoren en in kaart te brengen waar gezinnen terechtkomen als ze gedwongen hun huis moeten verlaten.

Plaats een reactie