Nederlandse musea geven zes door de nazi’s geroofde kunst terug aan de erfgenaam van een joodse vrouw


Het Rijksmuseum, het Amsterdam Museum en het Kunstmuseum Den Haag zullen zes kostbare kunstwerken teruggeven aan de erfgenamen van de joodse Emma Budge. De Restitutiecommissie achtte het aannemelijk dat Budge tijdens het nazitijdperk in Duitsland het bezit van de werken onvrijwillig heeft verloren. Onder hen zijn vier 17e-eeuwse zoutvaatjes gemaakt door Johannes Lutma (1584-1669), die wordt beschouwd als de ‘Rembrandt onder de zilversmeden’, meldt de Volkskrant.

Staatssecretaris Uslu Gunay (Cultuur) heeft naar aanleiding van de uitspraak van de Restitutiecommissie bepaald dat het Rijksmuseum de twee zoutvaatjes uit haar collectie moet teruggeven aan de erfgenamen van Emma Budge, ondanks hun culturele waarde voor Nederland. De gemeente Amsterdam heeft hetzelfde besloten voor de twee zoutvaatjes in de collectie van het Amsterdam Museum.

De andere twee kunstwerken zijn een kopschroef van Andries Grill (1604-1665) en een schotel uit Sultanabad, waarschijnlijk gemaakt in Iran tussen 1285 en 1400. Deze waren in het bezit van het Kunstmuseum in Den Haag.
Emma Budge had haar rijkdom en kunstcollectie aan de stad Hamburg willen nalaten, maar veranderde haar testament nadat het naziregime van Adolf Hitler aan de macht kwam. De nazi’s slaagden er toch in haar eigendom in handen te krijgen en veilden haar kunstcollectie in Berlijn in 1937. Na de oorlog ontvingen de erfgenamen van Budge een vergoeding, maar niet voor de kunst.

Lees ook:  ING: vertrouwen onder Nederlandse particuliere beleggers neemt toe

Volgens de Restitutiecommissie is het testament van Budge anders uitgevoerd dan zij van plan was en konden haar erfgenamen de opbrengst van de veiling van de kunstcollectie niet vrij besteden.

Plaats een reactie