Nederland heeft 20.000 extra opvangplekken nodig voor Oekraïense vluchtelingen


Het kabinet verwacht dat het aantal in Nederland aanwezige Oekraïense vluchtelingen de komende tijd verder zal toenemen. Tegen juli zijn er mogelijk 90.000 opvangplaatsen voor hen nodig, ruim 20.000 meer dan er momenteel beschikbaar zijn. Het kabinet overweegt Oekraïners die een inkomen verdienen zelf te laten meebetalen aan hun woonruimte, zegt staatssecretaris Eric van der Burg, die asielzaken voor het kabinet behandelt.

Nu het erop lijkt dat er Oekraïense vluchtelingen naar Nederland zullen blijven komen, acht het kabinet het noodzakelijk om “meedoen en zelfredzaamheid” bij de vluchtelingen te bevorderen. We zijn bezig met allerlei plannen voor werk, onderwijs en het leren van de Nederlandse taal.

Dat laatste is belangrijk om mee te kunnen doen in de samenleving, zeker voor kinderen die in Nederland vrienden moeten kunnen maken, aldus Van der Burg. In de loop van volgend jaar moeten de plannen duidelijk worden.

Niet alleen moet het aantal opvangplaatsen worden uitgebreid, ook de beschikbare plaatsen moeten worden verbeterd om ze geschikt te maken voor een langer verblijf. Het kabinet zei ook dat het plannen maakt om Oekraïners te helpen terugkeren naar hun thuisland “zodra de veiligheidssituatie dit toelaat”. Het kabinet zal meer tijd nodig hebben om die plannen uit te werken, omdat de situatie in Oekraïne op dit moment niet veilig genoeg is en omdat er met andere Europese landen afspraken over procedures moeten worden gemaakt.

Lees ook:  Patiënten hoeven niet wakker te blijven tijdens de operatie van Parkinson, blijkt uit onderzoek

De plannen waarover Van der Burg schreef, komen niet alleen van zijn eigen afdeling. Ook de ministeries van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW), Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW), Volksgezondheid, Welzijn en Sport (SZW) en Binnenlandse Zaken spelen een rol, zei hij. Zo onderzoekt het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de positie van Oekraïners op de Nederlandse arbeidsmarkt en onderzoekt het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap hoe schoolgaande kinderen beter kunnen worden geholpen.

Plaats een reactie