Kabinet wil dat rechters besluit over gezinshereniging vluchtelingen opschorten


Het kabinet gaat de Raad van State vragen om opschorting van de uitspraken van verschillende rechtbanken die definitief vaststelden dat gezinsleden van mensen met een vluchtelingenstatus Nederland mogen binnenkomen. Daarmee hebben de rechters in feite de beperkingen van het kabinet op het toestaan ​​van gezinsleden om naar Nederland te reizen, van tafel geveegd.

Het kabinet heeft tegen de uitspraken van de lagere rechter een verzoek om voorlopige voorziening ingediend bij de Raad van State. Het zette deze stap vooruitlopend op een voorgenomen beroepsprocedure, die staatssecretaris Eric van der Burg voor asielbeleid vrijdag al aankondigde.

Het ging om statushouders die vorige week eiser waren in vier verschillende rechtszaken. Elk van de rechtbanken oordeelde dat de door de regering opgelegde beperking op gezinshereniging in strijd was met de wet. Als gevolg hiervan zeiden de rechtbanken dat de gezinsleden van de vluchtelingenstatushouders die over de kwestie naar de rechter waren gegaan, Nederland mochten binnenkomen. Daar wil de staatssecretaris echter een stokje voor steken, zo blijkt uit een brief die hij dinsdag aan de Tweede Kamer schreef.

Lees ook:  Code Oranje: Sneeuwval in meerdere Nederlandse provincies; Forenzen riepen op om thuis te werken

De vluchtelingenorganisatie VluchtelingenWerk Nederland zei niet verrast te zijn dat het kabinet juridische stappen onderneemt om de komst van de gezinsleden uit te stellen. “Daar hebben we al rekening mee gehouden. Het is jammer dat het zo heeft moeten komen”, zegt een woordvoerder van de organisatie.

De afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State beslist donderdagmiddag of vrijdagochtend over het verbod, aldus een woordvoerder van de Raad van State. De Raad doet in januari een volledige uitspraak over het beroep van het kabinet. Er zijn nog geen hoorzittingen aangekondigd.

Vooruitlopend op de voorlopige voorziening besloot de Raad van State dat Van der Burg niet direct toegangsbewijzen hoefde af te geven voor gezinsleden van een Turkse vluchtelingstatushouder. De rechtbank Amsterdam oordeelde vrijdagmiddag dat zo’n machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor de gezinsleden binnen 24 uur moet worden afgegeven. Dit kan alsnog nodig zijn als de Raad van State het verzoek om voorlopige voorziening afwijst.

Lees ook:  Geen Covid-invloed op Woord van het Jaar-nominaties dit jaar

Het kabinet besloot eind augustus om de inreisvertraging op te leggen aan gezinsleden van erkende vluchtelingen. Het kabinet heeft de regering maximaal 15 maanden de tijd gegeven om visa af te geven na indiening van de aanvraag voor gezinshereniging. Als de statushouder echter al woonruimte heeft voor zijn of haar gezinsleden, wordt het visum eerder verleend. De maatregel is tijdelijk en bedoeld voor volgend jaar om de druk op het overbelaste asielstelsel te verlichten, aldus het kabinet.

Van der Burg kondigde vrijdag aan in beroep te gaan bij de Raad van State, de hoogste bestuursrechter, nadat lagere rechters opnieuw oordeelden dat de inreisbeperking in strijd was met tal van nationale en internationale verdragen. Het kabinet wil daarom een ​​definitief antwoord van de Raad van State of de regeling juridisch houdbaar is of niet.

Plaats een reactie