Antiregeringsextremisme in opmars in Noord-Nederland: studie


Antiregeringsextremisme neemt in Noord-Nederland toe en het fenomeen blijft grotendeels onopgemerkt omdat de aanpak van radicalisering zich vooral richt op jihadisme. Tot die conclusie komen onderzoekers Leonie de Jonge, Pieter Nanninga en Fleur Valk van de Rijksuniversiteit Groningen in een onderzoek naar extremisme in de regio, meldt NRC.

In dit eerste regiospecifieke onderzoek naar extremisme keken de onderzoekers naar alle extremistische incidenten in Noord-Nederland tussen 2014 en 2022 die de media of de rechter haalden. Sinds 2016 zijn er ongeveer 10 incidenten per jaar, met een piek van 15 incidenten in 2021. Sinds 2018 komt de helft van de jaarlijkse incidenten voort uit antiregeringsdenken. Extremisme is nog “een relatief klein fenomeen in het noorden”, zegt Nanninga tegen de krant. “Tegelijkertijd zien we een stijgende lijn.”

De onderzoekers ontdekten dat meer traditionele vormen van extremisme – religieus, links en rechts – in het noorden beperkt zijn. “De laatste jaren zien we in regionale dossiers steeds meer incidenten die te maken hebben met antiregeringsgevoelens”, zegt Nanninga. Met name windparken, asielzoekerswoningen en de stikstofproblematiek leiden tot gebiedsspecifieke vraagstukken die in de Randstad minder voorkomen. “Daardoor zien we een breed anti-Randstadsentiment dat wordt ondersteund door sterke gevoelens van maatschappelijk onbehagen.”

Lees ook:  Nederlandse soldaat loopt schotwond op in borst tijdens reparatiewerkzaamheden in Irak

En dat resulteerde in incidenten als een molotovcocktail door het raam van een journalist nadat hij kritiek had geuit op tegenstanders van het coronavirusbeleid, asbestdumping in de openbare ruimte vanwege de komst van windmolenparken en een boer die zijn tractor door de deur van het Provinciehuis ramde uit protest tegen het stikstofbeleid. Onder andere.

Doordat de aanpak van extremisme en radicalisering vooral gericht is op jihadisme, blijven antiregerings- en rechtsextremisme grotendeels onopgemerkt en zijn de laatste jaren in Noord-Nederland steeds meer genormaliseerd, aldus de onderzoekers. “Antiregeringsgevoelens en radicale en extreemrechtse ideeën worden vaak niet herkend of erkend als extremisme”, zegt De Jonge tegen de krant.

Ze vrezen dat Noord-Nederland een broedplaats kan worden voor antiregeringssentiment. En dat is problematisch, want het is heel moeilijk om van het antiregeringsdenken af ​​te komen als het eenmaal ingang vindt.

Zolang de focus van de aanpak van extremisme en radicalisering op het jihadisme blijft liggen, past de aanpak niet bij het fenomeen, aldus De Jonge. “Kortom, iemand met een baard die Arabisch spreekt, bestempelen we eerder als extremist dan een boer die een provinciedeur ramt.” Ze dringen er daarom bij autoriteiten in het hele land op aan om hun aanpak van extremisme en radicalisering aan te passen aan de ontwikkelingen. Anders blijven ze altijd achter.

Lees ook:  KNVB doet afstand van OneLove-armband op WK nadat FIFA met gele kaart dreigt

Plaats een reactie