Weet je wat het is…

Geplaatst op 28 oktober, 2014 om 9:51 | In de categorie:

‘Daarvoor vind ik het nu nog te vroeg, laten we haar eerst deze kans nog geven…’

Ik zit in de wachtkamer van de dierenarts. De dierendokter in Hoevelaken ontvangt de baasjes en hun beesten in een tot praktijk omgebouwde eengezinswoning. Uit de spreekkamer waaieren flarden naar buiten van een twistgesprek. De dierenarts haalt alles uit de kast om een man en vrouw te overtuigen. Dit kost moeite, ze zijn het niet met elkaar eens. De stemmen verheffen zich.

Naast me zit Vito, mijn negen maanden jonge kooiker. Ik maak me zorgen om mijn viervoetige vriend, hij eet al een week nauwelijks meer uit zijn bak. Hij oogt angstig, het lijkt wel of hij tijdens het eten hevig geschrokken is en nu de bak niet meer vertrouwt. Een kennis met een trimsalon suggereert dat hij ook iets in zijn darmen kan hebben. Misschien heeft Vito wel een sok ingeslikt. Vanaf dat moment is bij mij de twijfel gezaaid. Er slingert bij ons nog wel eens een sok rond. Binnen de korste keren heeft hij in mijn beleving de hele wasmand in zijn darmen zitten. Ik wil van de dierendeskundige horen dat dit niet waar is. Op weg naar de praktijk hurkt Vito in het gras om te poepen. Een minuut lang bestudeer ik het resultaat. Kleur goed, hoeveelheid goed, maar geen sok. Zou die er nog inzitten?

Bij de dierenarts loopt het consult van mijn voorgangers uit. ‘Uw hondje heeft overgewicht, maar er is geen darmziekte die een hond dikker maakt…’, hoor ik de dierenarts zeggen. Ik kijk naar Vito. Is hij dikker dan normaal? Door die mand vol wasgoed in zijn darmen?

Eindelijk komen de man en vrouw naar buiten. Voor hen trippelt een hondje de spreekkamer uit met hangoortjes en grijze krullen. Twee donkere hondenogen kijken me droevig aan. De man en vrouw schaar ik op het eerste gezicht onder het ‘weet-je-wat-het-is-type’. Professoren weten van een heel klein gebiedje heel veel. Dat beseffen ze ook. Naarmate je meer weet, ontdek je dat je eigenlijk niets weet. Twijfel is wijsheid. Maar daar hebben de weet-je-wat-het-is-types geen boodschap aan. Die weten precies hoe de wereld in elkaar zit. Weet je wat het is, alle politici zijn zakkenvullers. Dat werk.

Als de man en vrouw en het droevige hondje de deur uit zijn, hoor ik de dierenarts zuchten. Pfff….

Even later mogen Vito en ik de spreekkamer in. ‘U had bij de vorige bezoekers nogal wat overtuigingskracht nodig’, zeg ik tegen de dierenarts.
Omdat hij niet wil dat ik met een half verhaal de deur uitga, legt hij kort uit wat de reden van de discussie was. Het betrof een hondje van vijf jaar oud, dat tot nu toe kerngezond was. Twee jaar lang had hij haar niet op zijn praktijk gezien. De laatste tijd had zij een paar keer wat bloederige ontlasting gehad. De baasjes wisten direct wat er aan de hand was. Hun hond was ‘verkankerd’ en moest een spuitje hebben.
De dierenarts zucht weer. ‘Alleen dat woord al… Maar zo werkt het niet, het is helemaal niet gezegd dat dit beest kanker heeft. Ik wil op zijn minst eerst een antibioticakuur proberen.’

Ik realiseer me dat ik net een hondje de deur uit heb zien lopen dat zijn leven te danken heeft aan deze man voor me.

En Vito? Geen darmziekte en geen sok in zijn ingewanden. Het is psychisch. Vrolijk trippelen we daarna samen naar huis. Even gaan mijn gedachten nog uit naar dat andere hondje. Zij zal onderweg naar huis toch niet door haar baasjes uit de auto gezet zijn? Onder het motto: ja, weet je wat het is, dat beest was toch al verkankerd.’

Ben Tekstschrijver