Rug aan rug

Geplaatst op 5 juni, 2015 om 8:18 | In de categorie:

Gebroederlijk staan ze naast elkaar. Zij aan zij, rug aan rug. De jaren tellen: ze zien er wat vaal en verlept uit. De een heeft zijn wortels in de wiskunde, de ander in de taal. Zo nu en dan kijk ik vertederd naar ze. Dan pak ik ze even vast en kruipt mijn wijsvinger liefkozend over hun rug. Ik verdrink weer in de verhalen die ze in zich dragen.

Escher_Waterfall_FreeWikipediaIn gedachten zie ik weer die waterval. In een bouwwerk met torentjes stroomt een waterval en je denkt: oké, een waterval. Todat je ziet dat er iets niet klopt. Stroomt het water wel naar beneden? Dit water stroomt waar het niet gaan kan. Zoals bloed soms kruipt. In 1958 tekende de Britse wiskundige Roger Penrose een driehoek met drie balken die loodrecht op elkaar lijken te staan, maar toch een driehoek vormen. Ineens zie je dat het watervalgebouw meerdere ‘penrose driehoeken’ in zich heeft. Met wiskundige precisie zet de tekenaar je optisch op het verkeerde been.

Maar zijn buurman is zeker zo intrigerend. Hij studeert wiskunde en heeft net als zijn tekenende metgezel een bèta-inslag, maar is toch vooral bekend als taalkundige. Hij houdt zich niet bezig met onmogelijke driehoeken, maar met opmerkelijke taalvormen. Met wiskundige precisie puzzelt hij mooie palindromen in elkaar. Dat zijn woorden die omkeerbaar zijn, bijvoorbeeld lol en lepel, maar ook parterretrap, meetsysteem en koortsmeetsysteemstrook. Hij verzint complete zinnen die je van twee kanten kunt lezen, zoals: Mooie zeden in ere laten, en nonnen etaleren in Ede, zei oom. En hij geniet van het opschrift op het veerhuis: Hier zet men thee en over. Met veel plezier zet hij er dan zelf nog ‘en af’ achter. En hij braakt zinnen uit als: Tussen neus en lippen, de schuifdeuren en de middag zei ze dat ze d’r van tussen ging. En voor een woord als kindercarnavalsoptochtvoorbereidingswerkzaamhedendrukte draait hij zijn hand niet om.

Ze zijn oud, vergeeld en verschoten, maar ze blijven staan. Zij aan zij, rug aan rug. Daar op mijn boekenplank: M.C. Escher met naast hem Battus, een van de vele pseudoniemen van Hugo Brandt Corstius. De Wereld van M.C. Escher was begin jaren tachtig het eerste kunstboek dat ik kocht, de Opperlandse Taal- & Letterkunde van Battus het eerste taalboek. Ik weet niet of Escher (1898-1972) en Corstius (1935-2014) elkaar hebben gekend. Het zouden goede buren zijn geweest. Bij mij op de boekenplank gaat het tussen die twee tenminste al meer dan dertig jaar goed.

Ben Tekstschrijver

bron foto: freewikipedia