Kerstverhaal met moeder Marrie

Geplaatst op 19 december, 2013 om 11:42 | In de categorie:

Het mag weer even: zwelgen in sentimentele verhalen. Rond de kerstdagen kijken we voor de honderdste keer naar Home Alone 1, 2, 3 en 4 en lezen we kerstverhalen waarin de wereld voor even een klein beetje beter is.
Ik ben opgegroeid met het kerstverhaal. Tijdens de kerstviering van de zondagsschool bijvoorbeeld. Thuis verslond ik de van christelijk sentiment doortrokken meesterwerken van W.G van de Hulst, met welluidende titels als Van Bob en Bep en Brammetje, Het klompje dat op het water dreef en Van de boze koster. De spanning werd ondraaglijk met zinnen als: ‘Slof, slof…! Slof, slof! O wee, daar kwam de koster al aansloffen op zijn grote pantoffels. En hij bromde, hij bromde maar.’

Zonder te pretenderen in de voetsporen van Willem Gerrit te kunnen treden, wil ik van deze kerstdagen gebruikmaken om ook een kerstverhaal te vertellen. Waar gebeurd. Dit keer speelt niet Moeder Maria van de stal in Bethlehem de hoofdrol, maar moeder Marrie van een boerderijtje in Hoevelaken. Het verhaal speelt zich af in het Gulden Tijdperk, de pinautomaat moet nog uitgevonden worden.

Er rijdt een onbekende auto het erf op. Vreemde mensen. Dan gaat er altijd een siddering door mijn moeder heen. Wie kunnen dat zijn? Is de boel wel opgeruimd? Heb ik nette kleren aan? Heb ik genoeg in huis?
Even later stappen een man en vrouw uit Harderwijk de kamer binnen. Ze zijn uiterst vriendelijk en leggen 150 gulden op tafel. Mijn moeder lijkt nog het minst verbaasd. Kent ze deze mensen?

Nadat ze een kopje koffie ingeschonken heeft, wordt de reden van hun komst duidelijk. Een paar dagen eerder is moeder in Amersfoort op koopjesjacht geweest. Na langdurig snuffelen in de kledingrekken heeft ze een leuk rokje te pakken. De prijs is te doen.
Ze sluit aan in de rij bij de kassa. Vooraan staat een vrouw met een jurk die vanwege de uitverkoop fors afgeprijsd is. Ze is er zichtbaar blij mee.
Als ze echter haar portemonnee wil trekken om 150 gulden af te rekenen, grijpt ze mis. Ze doorzoekt haar tas, voelt haar zakken na, maar geen portemonnee.
‘Ach, wat is dat nu jammer’, zucht ze, ‘ik kom helemaal uit Harderwijk en heen en weer rijden voor sluitingstijd lukt niet meer. Willen jullie de jurk misschien apart leggen? Dan kom ik hem morgen halen.’
‘Sorry mevrouw, het is uitverkoop, dus daar kunnen we echt niet aan beginnen’, stelt de verkoopster zakelijk vast.
Mijn moeder hoort het gesprek aan, kijkt nog eens naar het rokje op haar arm en kan zich helemaal inleven in deze mevrouw. Wat vervelend, kom je helemaal uit Harderwijk, loop je tegen een mooie jurk aan en dan ben je je portemonnee vergeten.

‘Ik wil u die 150 gulden wel lenen’, mengt mijn moeder zich in het gesprek. Iedereen in de winkel kijkt verbaasd, de mevrouw uit Harderwijk nog wel het meest.
‘Meent u dat écht, wilt u mij dat geld lenen? U kent me niet eens.’
‘O, dat hindert niet, hier heeft u 150 gulden, koop die jurk nu maar.’
Nadat mijn moeder en de dame uit het Dolfinariumdorp adressen hebben uitgewisseld, verdwijnt de Harderwijkse in het winkelend publiek. Het kassameisje is alweer bezig met de volgende klant en merkt niet dat mijn moeder de rok die ze uitgezocht had, zonder iets te zeggen weer terughangt aan het rek en terloops de winkel verlaat.
Voor die rok heeft ze niet genoeg geld meer bij zich.

Ben Tekstschrijver