De weg naar Sint Jozef

Geplaatst op 2 oktober, 2014 om 9:31 | In de categorie:

Vorig jaar publiceerde ik op mijn website op 2 oktober een blog over mijn moeder Marrie de Graaf-Roozenboom. Ze werd op die dag 86 jaar. We zijn nu een jaar verder. Daarom is ook dit blog aan haar gewijd, bedoeld als verjaardagscadeautje. Het verhaal speelt ongeveer tien jaar geleden.

Mijn moeder is in de tuin bezig als een auto stopt. De dame achter het stuur vraagt of ze ene Voskuilen kent. Haar vader, die naast haar in de auto zit, kent hem uit de oorlog en wil graag met hem in contact komen.
Mijn moeder kent de zoon, die woont even verderop in de bocht rechts. Maar over de oude Voskuilens moet ze nadenken. ‘Ik weet dat de oude mevrouw Voskuilen in Hooglanderveen woont, in het bejaardentehuis Sint Jozef’, zegt ze.

‘Dan willen we die graag spreken’, zegt de dochter. ‘Kunt u ons vertellen waar dat bejaardenhuis is?’

Tja, vertellen… Dwars door het bos is het gemakkelijk, dan ben je er zo, maar met de auto moet je omrijden. ‘U moet eerst richting Nijkerk’, zegt mijn moeder, ‘en na die gindse bocht op de Nijkerkerstraat – of heet die drukke weg de Amersfoortse straat? – linksaf, en dan op een gegeven moment weer rechtsaf Hooglanderveen in, en …’
Ze ziet de verwarring op het gezicht van de dame achter het stuur toenemen.

‘Ach, weet u wat, ik trek mijn jas even aan en dan rij ik met de fiets voor u uit. Geen moeite, dat gaat gemakkelijker dan uitleggen.’

Even later vertrekken ze. Vader en dochter in de auto kijken met steeds grotere verbazing en verwondering naar dat vrouwtje van tegen de tachtig, dat voorover gebogen over haar trouwe Gazelle een onwaarschijnlijk tempo ontwikkelt. Ze weten niet dat dat vrouwtje zo hard fietst omdat ze het vervelend vindt dat zij in de auto anders zo zachtjes moeten rijden.

Mijn moeder kijkt over haar schouder of de auto nog volgt en zet in moordend tempo koers naar Hooglanderveen. Onder het viaduct krijgt ze nog een verraderlijk klimmetje te verwerken, maar dan komt de eindbestemming in zicht. Eindelijk. Midden in het dorp, pal voor de deur van Sint Jozef, stapt mijn moeder als een hijgend hert van de fiets. ‘Hier is het’, steunt ze met de laatste adem die ze nog over heeft.

Vader en dochter stappen beduusd uit de auto. In de deuropening zwaaien ze nog even naar dat malle ‘fietsvrouwtje’ dat dan alweer op de weg terug is.

Een aantal dagen later ontvangt mijn moeder een bedankkaartje uit het Groningse Zuidwolde. De vader heeft Arie Voskuilen op kunnen sporen. Mijn moeder leest glimlachend het kaartje en prevelt: ‘Wat was ik meu, wat was ik iezig meu, zo meu bin ik nog nooit geweest!’

De tragiek is dat mijn moeder tussen toen en nu steeds meer zelf ‘de weg is kwijtgeraakt’. Ze lijkt langzaam kopje onder te gaan in de Grote Vergeetvijver. Nu heeft ze zelf iemand nodig die voor haar uit fietst om haar de weg te wijzen. En als ze nog eens naar St. Jozef gaat, ben ik bang dat ook haar pyjama in de koffer zit. Dat ze dan haar plek krijgt tussen andere mensen die niet alleen Abraham maar ook Alzheimer hebben gezien. Slik.

Maar zover is het gelukkig nog niet. Gefeliciteerd moeders!

Ben Tekstschrijver